Het is maandagmorgen 30 januari, ineens is ‘ons’ pleintje leeggelopen. Dat kan gebeuren want op deze camping komen kampeerders doorgaans maar een paar dagen staan. Waarom? Dat heb ik al eens uitgelegd. Wij blijven achter, want het weer is hier nog steeds het best.

Tot onze schrik 😉 staat er ineens aan het begin van het pleintje, niet alleen een nieuwe glimmende Nederlandse camper, maar ook een vlag opgesteld. NKC staat erop. Als ik op het spaarzame internet bekijk wat het is, lees ik: ‘Onbezorgd camperplezier. De NKC is hét platform voor camperliefhebbers.’
De eigenaar van de camper, overduidelijk een ‘Senior’, blijkt de ‘reisleider’ van de club. Als hij even later met een klembord langs komt lopen blijkt onze auto in de weg te staan. ‘Kijk, hier’, zegt hij, ‘deze plaatsen heb ik aangewezen gekregen. We zijn een club. Er komen zo meteen 20 campers aan die hier allemaal komen staan.’ Oeps, dat vermoeden hadden we al. Ach, weer wat leven in de brouwerij, hoewel …
Tegen drieën komt de tweede aan. Als het zover is verplaatst ik de auto en al snel zijn 20 extra plekken gevuld. Wat opvalt is dat het bij deze club, de NKC, allemaal wat gestrucureerder en met meer aansturing gaat dan bij de SKC. De reisleider ‘vangt’ iedereen op, wijst ze de plek en laat zelfs zien hoe ze de camper moeten manoeuvreren om op de plek te komen. Ook blijken het veel meer individuen. Er wordt weinig onderling en met ons gesproken. Ze hebben blijkbaar een pittige rit achter de rug want er kan bij sommigen nauwelijks een ‘goedemiddag’ vanaf.
Het is frisjes zo aan het eind van de middag en iedereen blijft ‘binnen’ als de camper eenmaal staat. Van een gezellige samenkomst is geen sprake. Wél worden diverse satellietschotels uitgericht en zien we op een whiteboard, tegen de vooruit van de camper van de reisleider staan, dat ze de volgende dag naar Almería gaan. Om 8:55 uur worden ze bij de poort verwacht. Ah, iedereen moet dus vroeg naar bed, blijkbaar.
Als ’s ochtends iedereen vertrokken is, wij liggen dan nog in bed, staat ons pleintje vol met campers maar van enig leven is dan inderdaad niets te zien.

Tegen een uur of vier komt iedereen weer terug en komen we in gesprek met onze ‘overbuurman’. Dat blijkt de enige Belg in het gezelschap te zijn. Zij ‘doen mee’ met deze stedenreis door Spanje omdat o.a. dan een bus wordt georganiseerd voor de steden dag, en de dag wordt begeleid door een Nederlandssprekende gids. ‘Zo steek je nog eens wat op van wat je ziet’, legt de man mij allemaal uit.
Maar als we even verder praten en ik vraag wat ze allemaal hebben gezien, speelt het geheugen hem toch parten. ‘Ach ja, daar was zo een kasteel, en … tja wat hebben we nog meer gezien… euh…’. Over de trip tot nu toe, laat zijn geheugen hem ook in de steek. ‘Wel ja, Barcelona, da hebbe we gezien, en euh…’ Wel weet hij dat hij donderdag, na een rustdag morgen, weer verder gaat. Waarnaartoe? Je raadt het al… ‘da week nu effe nie’, antwoord de man.
Het gesprek wordt onderbroken door onze buurvrouw die de was wil doen. Ze spreekt niet haar medelid aan of mij, óf de reisleider maar José 😉 ‘Weet u hoe de was hier werkt? Ik heb er vier euro in gedaan maar er gebeurt niets. Moet er wasmiddel bij?’. Al snel heeft José, als ervaringsdeskundige door, dat het beter is dat ze even meeloopt. ‘Ik loop wel even mee’. Eerst komt José terug, ze heeft een mes nodig. Er zit een muntje vast. Gewapend met mes en zelfvertrouwen gaat ze weer richting wasmachine. Ik roep nog, ‘zorg dat je de reisleider niet tegenkomt, anders stoot je die nog tegen het hoofd’.
Dan komt de mevrouw teruggelopen en zegt tegen me ‘Hij pakt geen 50cent muntjes, terwijl dat er wel opstaat. Even wat euro’s pakken. Nou haal ik je vrouw ook nog bij haar wijntje weg’. ‘Oh, dat geeft niet hoor, ze krijgt genoeg.’, zeg ik, om haar gerust te stellen. Als het euvel is opgelost en de was is gedaan hangen even later de onderbroekjes voor ons raam.
Wij genieten ondertussen, in het zonnetje, van ons hapje en ons drankje. Het pakje van Martina is vandaag binnengekomen, de caravan heb ik schoongemaakt. De voortent breken we morgen af zodat we donderdag, tegelijk met de NKC kunnen vertrekken, in tegengestelde richting van de NKC, naar eindelijk een nieuwe plek.

Oh ja, de titelfoto: Tweemaal daags horen we bellen luiden rondom de camping. Dan komt de schaapsherder langs. José is vandaag van de stoel gesprongen om ze ‘vast te leggen’. Ze stond er middenin, mooi toch. Vandaar o.a. de titel van dit blog: Een komen en gaan (van mens en dier). Creatief hé?
Hoi José en Eric wat een gezellig verhaal was het weer, we krijgen er vakantie kriebels van, vooral van het mooie weer wat jullie hebben, wees blij met de heerlijke 🌞wij hebben vandaag van de hele dag 🌧️😂gehad en dat is niet prettig, dus geniet van de lekkere zon bij jullie.
Bij ons gaat of steeds goed, wandelen elke dag 7 km en in het weekend wat meer, en dat gaat nog steeds fijn om te doen, houd je fit 😁🏃🏼♀️🏃🏼♀️.
We wensen jullie weer een fijn verblijf en zien jullie berichtje van volgende week met plezier tegemoet .
Lieve groetjes Trube
We zijn inderdaad heel blij met het weer. De laatste twee dagen is er ook weer ruimte voor de korte broek en een T-shirtje. Goed dat jullie zo veel wandelen, maar elke dag 7km, da’s voor mij te veel. Mijn voet voelt nog steeds raar aan en lopen gaat wel maar dan heb ik er de volgende dag last van. Ik doe het daarom nog even rustig aan. Mijn volgende blogjes zijn al in de maak. Vandaag zijn we, na ruim twee weken, weer op een nieuwe plek aangekomen, lees je later wel 😉 Groetjes, Eric
Die herder met die schapen; ik ben jaloers op dat mannetje; zou zo met hem willen ruilen.
Groetjes Ben.