Zoals aangekondigd komen er op maandag 6 mei nieuwe gasten. Ze bellen me op als ze in de buurt zijn, maar mij niet aantreffen op nummer 46. In mijn tot nu toe beste Frans probeer ik Jean Pierre duidelijk te maken dat hij bij nummer 3 moet zijn. Dat had ik hem al laten weten via de mail maar blijkbaar is dát bericht nooit aangekomen. Engels praten kan hij niet, zegt hij, en hij klinkt met de minuut geïrriteerder aan de telefoon. Uiteindelijk rijdt hij voor en biecht op dat hij wel degelijk Engels praat. Hum.., Jean Pierre blijkt een beetje ‘een aparte’. Franse humor? Hij komt samen met zijn vrouw uit Montpellier, zijn op vakantie hier en zouden eigenlijk met de motor komen maar vanwege het slechte weer van de laatste tijd zijn ze met de auto hier. Zijn vrouw is rustig maar híj zit vol ‘foute’ grapjes. Ach, ze zijn onze gasten dus, Hij is Koning, vandaag.
Iets later ontdek ik een Whatsappje op mijn telefoon, Onno en Ineke zijn gearriveerd in Bergerac. Ze staan met hun camper, waar ze in wonen, op de camperplaats op 15 minuten lopen van ons huis. Als ik ze tegemoet loop en uiteindelijk ontvang is het alsof we elkaar nét nog hebben gezien. Tenminste, zo voelt dat voor mij. Dat kan ook wel kloppen want zij ‘vloggen’ op Youtube en ik volg ze nog steeds. Ook zij ‘volggen’ mijn blog nog elke week en waarderen de manier waarop ik onze ‘belevenissen’ verwoord. Af en toe ontvang ik van Onno een mailtje waarin hij aangeeft een schrijffout te hebben ontdekt. Met een grammaticale onderbouwing krijg ik dan verbeteringen aangereikt. Oh, ja, Onno, die van hierboven is bewust gedaan 😉 Vond het wel grappig te ontdekken dat Vloggen en Volgen bijna hetzelfde is. Vandaar dat we elkaar zo goed begrijpen, wellicht 😊.
We doen een hapje en een drankje, en wéér wordt onze wijnvoorraad op de proef gesteld. José maakt een lekkere pastaschotel terwijl vragen en verhalen worden uitgewisseld onderling. Hoewel (of dankzij?) we ‘redelijk’ op de hoogte zijn van elkaars ‘wel en wee’, hebben we genoeg te vertellen en leren elkaar nóg beter kennen zo. We spreken af, de volgende dag samen een dagje op pad te gaan. Laat en in het donker lopen Onno en Ineke terug naar hún ‘Ons Plakbandpensioen’ camper.

De volgende dag moeten we vroeg op. Onze Chambres d’Hôtes gasten, Jean Pierre en zijn vrouw, willen vroeg ontbijt, 8:00 uur. Dat betekent kwart over zeven op, versgebakken brood uit de machine halen, eitjes koken, croissantjes in de oven, koffie klaar, etc. Alles precies op tijd. Ik dek ondertussen de tafel voor vier personen, wij eten dan tegelijk met Jean Pierre en zijn vrouw. Dat plan valt in duigen als ik om 2 minuten voor acht een sms-je ontvang, gek genoeg in het Nederlands; ‘Hallo, We komen om 9 uur naar beneden. Beste wensen’. Alles staat nét, niet onbelangrijk vers en warm, op tafel. Pff.. Wij beginnen dan maar alvast. De mooi opgedekte tafel ziet er ná ons ontbijt toch iets anders uit. Even herschikken dan maar. Als uiteindelijk Jean Pierre en zijn vrouw beneden komen is het eerst wat ik hoor als ze het ‘overgebleven’ ontbijt aantreffen, ‘Wauw’. De volgende dag ontvangen we een review van hun, met eindcijfer 10.

De volgende ochtend komt de regen met bakken uit de hemel. Géén dag om naar buiten te gaan. ’s Middags wordt het droog en pikken we Onno en Ineke met de auto op voor een bezoekje aan Bergerac. Zij zijn niet echt stedenbezoekers en genieten elke dag van wat er afkomt op hen. ‘Het is een kwestie van instelling’, heeft Onno verklaard. Soms vragen mensen, ‘Hoe houd je dat vol, wonen in een camper en leven zoals jullie doen?’. Ook ik heb me dat eerlijk gezegd wel eens afgevraagd. ‘Het is geen kwestie van volhouden, het is een bewuste keuze van ons. Dít is ons leven, we genieten van de vrijheid, van het gaan en staan waar je wilt. Wij willen niets anders, zo voelt het goed voor nu’.
Van een bezoekje aan een wijndomein komt helaas niet meer. Onno is een wijnkenner én liefhebber. In plaats daarvan halen we bij Onno uit de camper een flesje van zijn lievelingswijn, ‘Pata Negra’ en nuttigen die bij ons thuis onder het genot van een Pizza die José heeft besteld en opgehaald uit Lembras. En niet Lambres, Onno ! (Schrijffoutje dat ik bij hem ontdekte in zijn Polarsteps 😊)
Twee dagen ‘hoog bezoek’ van YouTube vloggers met toch al meer dan 1100 volgers, waaronder wij. Leuk.

Dán ineens, is het woensdag 8 mei, 5:30 uur in de ochtend, als de wekker afgaat naast mijn bed.
8 Mei verwijst naar 8 mei 1945, die het einde markeerde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Op die dag wonnen de geallieerden de oorlog en capituleerde nazi-Duitsland. Om 15.00 uur op 8 mei 1945 begonnen in het hele land klokken te luiden. “De oorlog is gewonnen. Hier is de overwinning…” kondigde generaal de Gaulle aan in een radioboodschap.
Maar vandaag is ook de dag van de Vide Grenier in Colombier, die niet geheel zonder stress zou verlopen maar wél is overwonnen. Colombier is een heel klein dorpje in de buurt dat één keer per jaar de grootste Vide Genier van de regio organiseert.
Om half zeven hebben we, ik schrijf ‘we’ maar eigenlijk is het José (ik ben voor de ‘gezelligheid’ mee), afgesproken bij Erika thuis in Sint-Nexans, halverwege Colombier. Ineke (van Ed) komt daar ook naar toe. ‘Hun’ spullen staan gezamenlijk in de aanhanger van Erika klaar. We komen 5 minuten te laat dús Erika en Ineke staan al te wachten bij de poort. ‘Waar moeten we heen?’, klinkt de vraag. Ineke, de organisatrice, zegt, ‘Ja, ik heb eigenlijk geen idee. Het is allemaal zo onduidelijk. Er zijn twee ingangen maar ik heb ná de aanmelding niets meer gehoord. Ik weet dus niet óf en wáár we welkom zijn’. We gaan toch maar op pad, de tijd dringt. Erika en Ineke voorop, wij er achteraan. Standhouders, Ineke, Erika en José dus, hebben van 6:00 tot 8:00uur de tijd om op te bouwen.

We sluiten iets vóór zevenen aan in de rij die bij de ingang van het dorp is ontstaan en staan dan vervolgens lange tijd stil. We zijn niet alleen. De stress bij Ineke stijgt lichtelijk, zij is organisatrice en speekt als enige vloeiend Frans, als ze bij navraag ontdekt dat we bij de verkeerde ingang staan. Een andere mevrouw die wél mét enveloppe in de hand ook met iemand van de organisatie spreekt draagt nog extra bij aan de verhoging van Ineke’s stressniveau. ‘Kijk, die mevrouw heeft wél een enveloppe’, maar dan ontdekt ze dat daar hetzelfde inzit als zijzelf op haar mobieltje heeft staan.
Dán is Erika aan de beurt. Háár stress bereikt al snel het hoogtepunt als blijkt dat zij met haar auto en aanhanger dus achteruit moet rijden om weer weg te kunnen komen. ‘Onmogelijk’ voor haar en dan veranderd mijn aanwezigheid van ‘gezelschap’ naar ‘onmisbaar’. ‘Of ík haar auto, een Jaguar met aanhanger, een paar honderd meter tussen de menigte door achteruit wil rijden.’ Erika is zo van slag dat ze niet meer rijden kan.
José loopt vóór de aanhanger uit en zwaait en doet zodat de aanwassende auto’s van andere standhouders en bezoekers aan de kant gaan staan opdat wij vrije doorgang kunnen krijgen. Één auto verrekt het om aan de kant te gaan, verteld José mij later. ‘Ze zei dat ze van de organisatie is en wilde niet aan de kant’. Iedereen die José een beetje kent, weet wie er ‘gewonnen’ heeft 😊.
Bij een afslag keer ik de auto en we rijden naar de andere ingang van het dorp. José en Ineke volgen ons. Ook daar sluiten we weer aan in een rij en staan vervolgens minutenlang stil. Als er van verre een auto aan komt rijden en niet achter aansluit maar anderen en ons voorbij gaat en nét voor ons in het gaatje duikt in de rij, wordt de opgebouwde stress bij Erika, die naast mij als bijrijder zit, zó hoog dat haar stress ‘ontladen’ wordt. ‘Dat pik ik niet’, en woest stapt ze uit. Dat gaat niet zo makkelijk want ze is slecht ter been en gebruikt een wandelstok. De geluiden en gebaren van Erika, als ze naast de bestuurdersportier is gearriveerd, zijn voor mij overduidelijk maar maken toch minder indruk dan die eerdere van José. Maakt niet uit want een deel van haar stress is ze kwijt. Niet genoeg want als we even later een stukje zijn opgeschoven bedenkt ze zich. ‘Stop’, zegt ze tegen mij, ‘Ik ga een foto maken van die lul, worden ze nerveus van’, zegt ze gelukkig met een glimlach op haar gezicht.

Al met al maakt het allemaal niet veel uit. Die kerel vertrekt geen spier en de stress bij Erika is nog lang niet weg. We moeten wachten, wachten en nog langer wachten. Het duurt een eeuwigheid. Ondertussen mogen bezoekers, die ook aansluiten in ‘onze’ rij, er voorbij. Standhouders blijven staan. Stukje bij beetje komen we steeds dichter bij het dorp. Dán staan we ‘bijna’ aan het begin van de rij en zien eindelijk wat mensen van de organisatie én een ‘aanmeld-meneer’. ‘Quelle couleur?’, vraagt de man gehaast aan mij, als we met de auto voor hem staan. ‘Couleur?, Weet ik veel, ik zit niet in de organisatie’. Ze werken hier blijkbaar met kleuren is mijn conclusie al snel. Ik stap uit en vraag het zo snel mogelijk bij Ineke na. ‘Kleur?’, kijkt Ineke me met grote ogen aan. De aanmeld-meneer wordt nog onrustiger en laat inmiddels andere auto’s weer voorbij. Daar wordt het niet veel beter van want de drukte bij het ‘aanmeldcentrum’ wordt alleen maar meer.
Ineke stapt ook uit en doet snel navraag bij het ‘aanmeldcentrum’ dat even verderop staat geïnstalleerd. Daar deelt iemand papieren uit én stikkers in een bepaalde kleur. Bij Ineke duurt dat allemaal wat langer dan normaal. Wat blijkt; Op het aanmeldformulier, dat vanzelfsprekend hier in Frankrijk niet digitaal maar in Ineke’s handschrift ingevuld is, is de achternaam van Ineke niet duidelijk overgenomen. Dán komt ze uiteindelijk toch met oranje stikkers richting onze auto gelopen. ‘Ze konden haar niet vinden’. De aanmeld-meneer plakt de stikkers op onze ruit en op die van de auto achter ons waar Jose in zit. Vervolgens worden we niet rechtdoor naar de kraampjes gedirigeerd maar moeten we à gauche, richting andere ingang van het dorp. Ik laat hier even achterwege wat dát met het stressniveau van Erika naast mij doet.
Het is een eindje rijden maar inmiddels ruim over achten staan we weer in de oorspronkelijke rij. Onduidelijkheid alom, bij zowel onze eigen organisatie als die van de Vide Grenier. De één zegt dit, de ander dat. De regen van de afgelopen tijd heeft ervoor gezorgd dat de parkeerterreinen, weilanden van omliggende boeren, zó nat zijn geworden dat menig auto is vast komen te zitten en er niemand meer in of uit kan komen. We staan inmiddels in het dorp en het is al behoorlijk druk. De ‘rommelmarkt’ is al in volle gang. Naast ons zien we een veldje waar wij zouden moeten komen te staan, nummer 630 t/m 633. Wij staan echter nog steeds in een zéér langzaam-rijdende rij. Dán wordt ons verteld dat het vol is. We kunnen onze spullen uitladen en proberen te verkopen op een tennisveldje, eigenlijk geen ‘officieel’ onderdeel van de Vide Grenier. Daarna moeten we de auto ‘ergens’ parkeren maar mij is net verteld dat er geen parkeerplaats meer is.
De twijfel slaat toe. ‘Wat doen we?’, vraagt Ineke aan ons. Ze heeft net met de organisatie gesproken en heeft niet echt méér nieuws op opties te horen gekregen. Mij lijkt het ‘tennisveld’ géén goed idee. ‘Waar laten we na het uitlaten de auto’s dan, Ineke?’ Aan Erika, die haar zenuwen nog maar nét onder controle kan houden en van wie ik niet meer van haar zijde mag wijken, hoef ik het niet te vragen. Die gaat het liefst naar huis. Haar enige houvast op dit moment ben ik. ‘Mij maakt het niet uit wat we gaan doen, ik ben hier alleen voor euh, ‘de begeleiding’, vraag het anders aan José ook nog even.’ Tot mijn verbazing en schrik en zeker van die van Erika komt Ineke terug met het antwoord van José: ‘José vindt het tennisveld wel goed’. ‘Shit.’ Haar prioriteit is van die rommel af te komen.
Dan staat er iemand van de organisatie naast mij die ‘gelukkig’ Engels spreekt en die ik zover krijg ons te helpen. Hem lijkt het een goed idee dat we op het ‘oorspronkelijke’ veldje gaan staan en hij weet een manier om er te komen én de auto daarna ergens te parkeren. We moeten alleen 20 meter lopen met de spullen, van de auto naar de kraam (en als we niets verkopen weer andersom). Hij loopt voor ons uit, delegeert iedereen aan de kant en op die manier komen we waar we moeten zijn. De auto’s mogen we parkeren op de oprit van de eigenaar van een prachtig huis in wiens tuin onze kraampjes staan. Ideaal. Hij helpt ons zelfs mee uit te laden. Om kwart voor elf staat zo’n beetje alles op z’n plek en kan eindelijk de verkoop starten.

Gelukkig is het vandaag prachtig weer, bijna heet (in de zon). Erika staat achter haar kraam of zit op een stoel en de dames vermaken zich opperbest. De sfeer is gemoedelijk en opgewekt. Wat opvalt is het geduld dat mensen hier hebben en de behulpzaamheid die we ontvangen. Ondanks de blubber waar we in staan heeft iedereen; wij, de organisatie, en bezoekers goede zin.
De verkoop gaat boven verwachting en als snel is José van de grootste spullen af. Die hoeven straks gelukkig niet meer mee terug. René (van Erika) en Ed (van Ineke) komen ook nog even langs. Ik ben al die tijd al ‘steun en toeverlaat’ 😉

Om zes uur is het afgelopen en worden de niet gewilde items weer ingepakt, die kunnen naar de Recyclerie of wel direct naar de Decheterie. Ook het vertrek van het inmiddels kapot gelopen en gereden grasveldje waar we op staan heeft nog wel wat voeten in aarde (letterlijk en figuurlijk) maar gaat zonder morren en met uitzonderlijk véél geduld. Niemand klaagt en bij het wegrijden worden we wéér geholpen door ‘jan en alleman’, of in dit geval ’tout le monde’.
We arriveren tegen half acht bij Erika thuis waar ik eigenlijk niet meer weg mag van haar. Ik heb niet bijgehouden hoe vaak ze het heeft gezegd maar dat zij blij was dat ik erbij was vandaag was wel duidelijk. Misschien nog wel blijer dan José. Ik zeg misschien maar denk of hoop het toch niet 😉 Die heeft zich trouwens prima vermaakt en een hoop spullen verkocht. Iedereen is blij.
Deze uitzonderlijke dag(en) sluiten we af met een gezellige BBQ bij Erika, die mij eeuwig dankbaar is. Hoe lang eeuwig is? We gaan het meemaken 😉
Hoi Eric en José wat goed dat jullie een 10 kregen,geweldig en wat een prachtige verhalen hebben we weer gelezen.
Heel eel lieve groetjes Trube
Ha, ha ha, heerlijk Eric, leest zo lekker zo’n verhaal waarvan je denkt, oh ja, zie het helemaal voor me!!!
Wat een avontuur zeg. Dit feest is dan net zo iets als bij ons met Koningsdag de “kleedjesmarkt” of “rommelmarkt”. Prachtig verhaal, heel goed verteld, ik zie het allemaal gebeuren als in een film. (bewaren hè al die verhalen en tzt bundelen in een boek) Wat zul jij een leuke dag gehad hebben; 3 gestreste dames om je heen en jij heel relaxed de probleempjes oplossen.
Hoi Ben en Lidwien, Ik heb zeker een leuke dag gehad met de dames. V.w.b. dat boek, daar zit ik over na te denken 😉 (Toch wel leuk dat schrijven, en zeker als er van die positieve reacties op komen).