Volgens Wikipedia is dus een Writer’s block: ‘Het tijdelijke onvermogen van een schrijver of componist om tot schrijven te komen’. Wanneer, quote: ‘het echter terug te voeren is op problemen van psychiatrische aard,’ gebruikt men de term ‘schrijversblok’ niet. Ik denk dat daarom de titel van deze blog wel klopt. Hoe dan ook, hoewel het er een beetje op leek is het me (blijkbaar) toch gelukt me te herpakken. ‘Problemen van psychiatrische aard’, lijken daarmee dus uitgesloten.
Wél heeft het, inderdaad Truus, een tijdje geduurd. Voor alle trouwe ‘volgers’, sorry. In deze blog dan dus maar even een snelle terugblik op wat geweest is allemaal, een update tot nu toe. Ik moet daarvoor zelf even de foto’s terugkijken die ik in de afgelopen periode heb gemaakt. De tijd gaat hier zo snel dat ik dingen ook snel vergeet. Is dat de leeftijd, of toch die ‘Problemen van psychiatrische aard’? hmm..
Ik begin even waar ik gebleven was. Na de Olympische vlam zijn in de laatste week van Mei mijn broer Ronnie en zijn vrouw Martina voor een paar dagen in Bergerac neergestreken. Ze zijn bij ons op bezoek geweest. Veel te kort natuurlijk, maar ook wel weer lang genoeg, het moet wél leuk blijven 😉 Ik vond het super. Na aanvankelijk wat scepsis over ons Franse avontuur, of misschien eerder over de Fransen zelf hier, hebben Ronnie en Martina naar eigen zeggen toch genoten. Martina is niet zo goed meer ter been dus véél ‘activiteiten’ hebben we niet kunnen ondernemen. Toch hebben we o.a. nog wel de omgeving hier kunnen laten zien, gezellig een lekkere hamburger gegeten in Issigeac, Bergerac bekeken en er gegeten. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ze ooit hier zouden komen maar het heeft mij aangenaam verrast, ik keek er echt naar uit en misschien, héél misschien komen ze nóg wel een keertje op bezoek. Jullie zijn weer van harte welkom, zou leuk zijn.

Na hun vertrek vindt José het tijd dat ik me op een fiets verplaatsen kan. Alléén de fiets van haar is meeverhuisd naar Lembras, die van mij is in Arnhem wees geworden. Dús, gaan we naar een fietsenzaak. Ik wil een ‘gewone’ fiets. We vinden twee verkoopadressen op internet in Bergerac. De eerste ‘fietsenmaker’ die we bezoeken heeft alleen ergens achter in een ruimte een fiets hangen die grofweg aan mijn beschrijvingen voldoet. Maar dat is niks. Dealer twee, een kennis van Ed, blijkt eigenlijk alleen maar in elektrische fietsen en fat bikes te handelen. Goed voor Ed maar ik wil een ‘gewone’ fiets. Hij heeft er één, het is één van zijn huurfietsen, weliswaar nog nieuw en helemaal van aluminium maar ons valt, zo op het eerste oog, de kwaliteit wat tegen. Het is geen degelijke ‘Gazelle’ zeg maar en ook nog mintgroen o.i.d. Ook dat is na veel wikken en wegen niet wat ik zoek. Om ons toch over de streep te trekken doet de fietsenman een opmerkelijke uitspraak. ‘Tja, je kunt natuurlijk naar de Decathlon, maar deze is toch echt beter’. Zonder te weten brengt hij ons op een idee, dus óp naar de Decathlon.

Bij de Decathlon staan er meerdere opgesteld, ook hier bijna allemaal elektrische. Er staan er een aantal zonder motortje. José vindt de éne mooi, ik de ander. Dús, gaan we er uiteindelijk met één van de twee vandoor. Hij fiets lekker en staat ook nog eens stoer, hebben we er allebei wat aan, toch? 😊
Twee weken later ontvang ik bericht dat het glas er is. Het glas? Ja, het glas. Ik ben nog steeds bezig met de stalen deuren tussen de hal en de kamer. Onder andere om het privé gedeelte af te kunnen sluiten voor het geval we weg willen en er tegelijk gasten zijn. We halen het glas op en ik plaats het een dag later in de zelf gelaste frames. Past natuurlijk perfect 😉 (maar was toch ook wel even spannend. Gehard glas kun je niet meer op maat maken als het eenmaal geleverd is, en wat denk je van het gewicht?) Maar zoals gezegd, ze passen alle vijftien stuks. Alles zit op z’n plek en de deur kan prima open en dicht. Nu alleen de klink nog met een slot en een afdekplaatje. Als hij helemaal klaar is plaats ik een foto in een volgend blog. (Nu móet ik wel weer schrijven).

Zo’n twee weken geleden hadden we bezoek van Franka en Martien. Ik heb ze eerder genoemd in deze blog. In het kort nog even: We hebben ze op een camping ontmoet in Villajoyosa aan de Spaanse kust, zij hadden nét een week daarvoor, iets wat impulsief naar mijn idee, besloten een appartement te kopen aldaar en hun huis in Nederland te verkopen. Het huis in Spanje moe(s)t nog worden gebouwd. Ze hebben in afwachting van de bouw grotendeels in Spanje vertoeft en onderweg naar Nederland nu, maakten ze een tussenstop bij ons. Zij waren nét zo nieuwsgierig als wij hoe het met ons allemaal gaat. Ik zal alle details besparen maar we hebben twee leuke dagen gehad met elkaar. Ze hebben in Spanje inmiddels een ‘extra’ appartement gekocht dat ze willen gaan verhuren in een aangrenzend dorp. ‘Natuurlijk’ hebben wij ze voorzien van de onze, met ervaring opgedane, tips en trucks en lekker kunnen brainstormen over hoe dát aan te pakken. Aan het eind van het jaar is alles pas klaar, hopen ze, want het kan ook zomaar begin volgend jaar worden hebben ze verteld. Ze laten het ons weten want op de ‘terugreis’ naar Spanje komen ze weer langs. Gezellig.
Ná hun bezoek was het tijd voor onszelf 😉 In de dan komende week stonden nog geen boekingen voor onze Chambre’s d’Hôtes, waar het overigens goed mee gaat. Die week hadden we (eerder al) dus geblokkeerd voor boekingen. We hebben de caravan ‘van stal’ gehaald (hij staat bij ons in de tuin), hebben hem ingepakt en zijn vertrokken naar de Franse kust nét onder Bordeaux, naar de Atlantische Oceaan. José wilde de zee weer eens zien. We zouden eerst naar een camping in de Médoc boven Bordeaux, die ons was aangeraden door één van onze Chambres d’Hôtes gasten, maar op aandringen van weer anderen zijn we toch zo’n honderd kilometer zuidelijker gegaan, richting Arcachon. Dat ligt aan het ‘Bassin d’Arcachon’, waar oesters worden gekweekt. Het ‘Bassin d’Arcachon’ is een grote unieke binnenzee, een baai van 1500 hectare en staat in open verbinding met de Atlantische oceaan. Twee keer per dag loopt het vol of loopt het leeg met eb en vloed. Het ligt op nog geen half uur van Bordeaux en is een populaire plaats voor vakantiegangers en toeristen.

Het is er druk in het plaatsje en op de weg. Als we naar onze vooraf gekozen camping willen gaan daar in de buurt, blijken er van de pijnboombossen aldaar enkel nog zwart verbrande resten over te zijn. Kilometerslang verbrande bossen. Later lezen we dat er vorig jaar juli vijf campings in die buurt voor 90% in vlammen zijn opgegaan. Dat klopt, dat is te zien. We besluiten ‘voor onszelf te kiezen’, niet bij te dragen aan het lokale ondernemersherstel, en dus rijden we door, voorbij aan de Dune du Pilat en komen dan uiteindelijk in Biscarrosse Plage terecht.

Deze camping is niet ‘geraakt’ en heeft nog voldoende (op de caravan en auto niet verwijderbare harsvlekken achterlatende) dennenbomen staan. De camping lijkt erg op die in Messanges die we bezochten toen we gingen overwinteren in Spanje. Messanges ligt hemelsbreed zo’n 70 km zuidelijker, dat weer zo’n 60 km van de Spaanse grens verwijderd is. Mijn vermoeden is dat er over die hele afstand (ruim 100 km Franse kust onder Bordeaux tot Spaanse grens) vele campings zijn die allemaal concurreren met elkaar. De ene heeft waarschijnlijk een nog groter zwembad dan de ander, met een nog hogere of nog méér glijbanen en een nog enthousiaster entertainmentteam, die nóg meer gezinnen met kinderen of jongelui kunnen vermaken. Het gebied is waarschijnlijk ook hetzelfde, pijnboombossen en nog meer pijnboombossen. Leuk, zonnig mét schaduw, mooie stranden met mooie golven, maar voor de rust moet je er niet zijn. Wat een drukte, we zijn het niet meer gewend 😉
Het plaatsje Biscarrosse Plage zelf is leuk. Echt een kustplaatsje met veel restaurantjes, barretjes, winkeltjes, een reuzenrad én surfers natuurlijk. Het is er allemaal wat ‘gewoner’ en relaxter dan in Arcachon. We kunnen lopend, door het centrum van het plaatsje, naar het strand. Heerlijk.

De campingervaringen zijn wat minder. Eerst komen we hopeloos vast te zitten met onze auto en caravan als we een plekje toegewezen krijgen dat is bestrooid met pijnboombarstresten. In al onze (on)ervarenheid denken we het wel te redden met onze combinatie maar niets is minder waar. Muurvast zitten we. Een (volgens mij) Spaanse jongeman, die redelijk Engels spreekt en duidelijk iets met auto’s heeft, wijst mij er middels een door hem snel gevonden YouTube filmpje op dat ik de ‘ESC’ (Traction Control) uit moet schakelen. Ik had al wel zo’n vermoeden maar ik wist helemaal niet dat dat bij onze auto kon. Bij de Spanjaard heeft zich dan ook al een Zwitser gevoegd die met een houten plankje aan komt lopen, voor onder de wielen. Nadat we gedrieën voorovergebogen over het dashboard wat onwennig zoeken in het uitgebreide menusysteem van onze hightech Volvo komen we er uiteindelijk achter dat het uitschakelen van de traction control inderdaad mogelijk is. Ik zet een vinkje bij ESC OFF, we koppelen de caravan los, ik geef gas en deze keer draaien de wielen wél gewoon (zoals het hoort). De auto is vrij. Dan vraagt de Zwitser, achteromkijkend: ‘En je caravan dan, hoe krijg je die eruit zonder mover?’
Hij biedt aan om de caravan met zijn auto uit de ellende te slepen. Hij heeft een vierwieldrive, hij wel. Dat lukt en tegelijkertijd komt José van de receptie teruggelopen met in haar kielzog een tractor van de camping die ons van z’n plek zou slepen. Het is dan niet meer nodig. We willen duidelijk een andere plek. Veel tijd voor overleg is er echter niet, de receptie sluit over een minuut of vijf. We wijzen twee dichtbijgelegen plekken aan en van de receptioniste mogen we op één van de twee gaan staan. ‘Zal ik hem er neer zetten?, zegt de Zwitser tegen mij, ‘hij is toch al aangekoppeld’. ‘Dat lijkt mij een prima idee’ en hij zet hem keurig op z’n plek.
Als de caravan eenmaal staat komen kort daarna een aantal Belgen op het plekje ernaast zich settelen. Plek genoeg maar nét naast ons worden door die Belgen drie tentjes en een keukentent neergezet én nog een auto. De plek is helemaal vol en ons ‘uitzicht’ is geblokkeerd. Er blijven twee Franstalige Belgen over. Ze praten de hele dag, als ze er zijn. Een jongen en een meisje, waarvan wij vermoeden dat het broer en zus zijn. Ze werken ergens in de buurt deze zomer, is onze invulling. We hebben ze niet gesproken, ze hadden genoeg aan zichzelf.
Wél spreken we nog die Zwitser en zijn vrouw die ons hielpen met de caravan. Die bleken ‘ongeveer’ hetzelfde te doen als wij hebben gedaan. Huis verkopen, op zoek naar een nieuwe plek. Zij zoeken in Kroatië een woning aan het water en wonen zolang in hun caravan. Ze hebben een boot en varen graag. Voorafgaand aan de beslissing hebben ze het, in tegenstelling tot ons, financieel allemaal en helemaal vijf keer door laten rekenen door hun accountant, vertellen ze ons. ‘Zolang jullie geen villa aan de Cote d’azur kopen, gaat het goed’, had de accountant gezegd. Ze hebben nog wel een appartement achter de hand ergens in een skigebied in Zwitserland. We hebben ze ons visitekaartje gegeven en ze komen héél misschien nog wel een keertje langs.

We hebben ruim een week ‘vakantie’ gepland. We zijn maandags vertrokken en voor de maandag erop heeft José een afspraak gemaakt bij de Volvo dealer in Bordeaux voor een grote onderhoudsbeurt. Dat kunnen we dan mooi combineren, was ons idee.

Na mooie dagen rondom Biscarrosse Plage met onder andere een wandeling óp de Dune de Pilat hebben we het hier wel gezien en vertrekken we zaterdags richting Bordeaux waar José het ANWB-camping boek een camping heeft gevonden, aan de rand van de stad. Daar aangekomen is er echter geen plek meer voor ons. De camping is helemaal vol, er is een rugby toernooi die avond in het naastgelegen stadion. Van de receptie krijgen we een lijst met nabijgelegen campings door. Één daarvan is die in Rauzan, die kennen we al. Een ander is een camping in Saint-Émilion. Ook die kennen we al. Toen we daar vorig jaar aan de deur stonden gingen ze net sluiten en zijn toen in Rauzan terecht gekomen.

We gokken het opnieuw. We rijden naar Saint-Émilion en zetten onze caravan neer op plekje 95 op Camping Yelloh ! Village – Saint-Emilion. Het is er prachtig weer en de omgeving is zo niet nóg mooier. Als we een dag later naar het stadje lopen, vanaf de camping, zien we prachtige chateaus midden tussen de oneindige lijkende en glooiende wijnvelden. In het stadje zelf zijn we al een aantal keren geweest. Leuk, gezellig druk, oud en bijzonder. Het blijft fascinerend om te zien dat er zoveel verschillende wijnen zijn, uit één gebied, die strijden om de beste te zijn en prijzen hanteren van een tientje tot soms honderden euro’s, pér fles. Hoewel hier de beste wijnen uit de Bordeaux regio worden gemaakt en verkocht hebben we ze dáár niet geproefd. Dat doen we in ons ‘eigen’ gebied, Bergerac/ Pecharmant. Ook lekker én betaalbaar. Ná de grote beurt van de auto op maandag die we combineren met een dagje Bordeaux met de tram, rijden we de volgende dag naar huis via een schitterende weg binnendoor. De caravan hobbelt achter ons aan. De vakantie zit er weer op. Morgen krijgen we gasten voor de Chambres d’Hôtes.

Nog even over dat Writer’s block, dat valt dus eigenlijk nog wel mee. Ik vind het nog steeds leuk om te schrijven maar wil niet iedereen opzadelen met verhalen die ‘doorsnee’ zijn. Iedereen zit wel eens vast met de auto en caravan en iedereen heeft wel eens een vakantie die ander loopt dan gedacht, niet dan? Daarom het volgende: Binnenkort bereiken we een mijlpaal, 13 juli, dan wonen we officieel één jaar in Frankrijk. Na ongeveer een jaar zoeken en een, voor mij nogal ‘stressvolle’ periode daaraan voorafgaand, hebben we bereikt wat we zochten; het mooie weer, het lekkere eten, de lekkere wijn én het goede leven. Tussendoor en gaandeweg hebben we natuurlijk van alles beleefd en heb ik dat gedeeld op deze blog met iedereen die het lezen wil.
Ergens op deze site staat, wat ik in het begin heb geschreven: ‘Omdat het al snel alle potentie bleek te hebben voor een aflevering ‘Ik vertrek’, heb ik besloten mijn gedachten te ordenen in dit blog. Af en toe een ‘post’ om later op terug te kijken en te zien wat er van onze plannen terecht is gekomen.’
Wel nu. Ik heb het idee opgevat om te onderzoeken of het ‘zin heeft’ om onze (blog) verhalen te bundelen in een boek(je), ter lering en vermaak. Geen idee hoe dat allemaal werkt maar ik zie het maar als een nieuw avontuur 😉 Is dat wat? Heeft iemand tips? Door Ronnie ben ik alvast aangemoedigd. Toen ik het hem vertelde heeft hij gelijk een klant van hem, een échte schrijfster, om advies gevraagd. Voor een Writer’s block hoef ik in ieder geval niet bang te zijn, alles is al een keertje opgeschreven 😉
p.s.: En dan moet ik straks natuurlijk ook nog vragen of ik namen en rugnummers mag opnemen in mijn boek van iedereen die we de afgelopen twee jaar tegen zijn gekomen en van iedereen die heeft meegeleefd in de blogs. Ik zei al, een nieuw avontuur. Daarover, later vast méér, u hoort nog van ons.
Hopelijk tot snel weer een keer, ik ga nog even door maar niet te vaak meer. Ik heb een nieuwe uitdaging die mijn aandacht vraagt.
Hallo luitjes, wat een mooi verhaal weer van jullie belevenissen. Ik ben niet zo’n schrijver, dus geen uitgebreide reactie op jullie schrijven, alleen dat ik weer genoten heb. Wat doen jullie het samen geweldig. Heel veel groetjes, Truus
Hey Eric,
Ik vond/vind het lezen van je blog altijd erg vermakelijk. Een ongekend talent. Ben benieuwd naar je nieuwe avontuur.
Ik heb geen tips voor je boekje, maar ben benieuwd.
Fijn dat uiteindelijk alles op z’n plaats valt. Ben trots op je.
Veel liefs en groetjes aan José.
Corine. 😘
Dank je wel, ook voor het compliment. Ik hou je op de hoogte.
Hallo Eric en José. Wederom een leuke blog en daarmee een wat bitter gevoel dat je mogelijk, minder, gaat schrijven. Het lukt mij iedere dag, ’s avonds, een dagboek bij te hoeden dus….
Boekje schrijven? Zeker doen. Maak er een E-book van en bied het hier op jouw website aan. Ik gebruik Designrr, maar ben er nog niet helemaal uit of dit was is. Kost uiteindelijk ook weer een paar euro. Ben nog onderzoekende zeg maar. De paar euro’s heb ik al wel betaald.
Blijf schrijven. Het geeft een bepaalde rust. Het dagelijks schrijven in een dagboek geeft mij het gevoel van rust. De dag van je “af” schrijven. Tot gauw. We missen jullie enorme gastvrijheid.
Ineke en Onno.
Hoi Onno en Ineke, Dank je wel voor deze bemoedigende en alleraardigste woorden. Je hebt gelijk, het geeft een bepaalde rust maar kritisch als ik ben (op mezelf ;-)) ben ik er toch wel lang mee bezig elke keer en er zijn nog zooooveel andere dingen die ik ook nog wil doen op een dag. Elke dag schrijven wordt dan best wel een uitdaging. Zo af en toe ervoor gaan zitten bevalt me toch nog steeds goed en misschien komen er nog wel wat verhalen die ik kwijt wil aan een ieder die het lezen wil. Misschien een vervolg boek, of draaf ik nu door? Wél lijkt me een fysiek boek leuker om te maken (en te hebben). Bedankt in ieder geval voor al je tips en je trouwe betrokkenheid, voor zover. Jullie horen nog van me 😉 Groetjes. ps: We lopen wat achter met het volgen van jullie belevenissen maar we halen de vlogs binnenkort in. Gisteren nummer 64 bekeken.
Hoi Eric, leuk dat je er weer bent. Even een rustpauze tussendoor is goed om weer nieuwe energie op te doen. Het is inderdaad zo als Onno aangeeft; de dag van je afschrijven geeft inderdaad een vorm van rust. Het lijkt me heel leuk als jij aan je nieuwe project (het boek) gaat werken. Je schrijft heel leuk en ik denk dat er al schrijvend steeds weer nieuwe belevenissen uit de afgelopen 2 jaar naar boven komen. Ook jullie belevenissen met jullie gasten kunnen hele leuke verhalen opleveren denk ik (anoniem natuurlijk, maar dan kun je jouw fantasie ook heerlijk zijn beloop laten gaan of hier en daar wat romantiseren; schrijven waar je zelf zin in hebt; een creatief proces zegt Wikipedia toch) Ik ben heel benieuwd.
Wat fijn dat het goed gaat met jullie Chambre’s d’Hôtes. Genieten jullie nog steeds van het gastheer en gastvrouw zijn?
Groetjes Ben en Lidwien. Doe je José ook de groeten.
Hoi Ben en Lidwien (weet nooit zo goed wie van jullie nu schrijft), Ook jullie bedankt voor de support. Het gaat inderdaad goed / steeds beter met de Chambres d’Hôtes. Voor Juli en Augustus hebben we al een flink aantal boekingen staan evenals voor September. We hebben (gelukkig) nog niet elke dag een gast maar dat is juist lekker. Zo hebben we genoeg tijd voor onszelf en af en toe mensen als gast is leuk voor de afwisseling. Leuke en nette mensen allemaal (tot nu toe), iedereen is verschillend met al dan niet een interessant verhaal. (Misschien inderdaad de moete waard om vast te leggen) Het werk valt tot nu toe ook wel mee. José doet nog de was (dat is eigenlijk ook mijn taak), ik doe de nettoyage van de kamers en badkamers bij aankomst en na vertrek. Tot nu toe loopt alles volgens plan. Groetjes van ons.