We zijn de afgelopen tijd druk bezig geweest om de restanten van de oude haard te maskeren met tegels en verf. Dat is wonderwel goed gelukt, al zeg ik het zelf. Niets meer van te zien, precies wat de bedoeling was. ‘The Ugly Chiminee’ is niet meer. Zelfs de ‘puist’ is ‘opgegaan’ in het geheel. Er heeft nog wel even een discussie gewoed over het al dan niet aanbrengen van een drempeltje op de overgang van de tegels in de vloer. Daarbij heeft José ’vooralsnog’ gewonnen. Ik laat het er dan ook maar even bij, kan altijd nog, heb ik tegen mezelf gezegd 😉

Terwijl de mannen bezig zijn met het verwijderen van de oude ‘Chapeau’ (het dakje boven op de schoorsteen) vliegen de brokstukken ons om de oren en schrijf ik dit blog. Dit blog is een soort van ‘live’ observatie van wat er gebeurt allemaal vandaag. Ladders worden tegen de net vernieuwde aluminium dakgoten geplaatst waarna José de heren vriendelijk vraagt een doek te gebruiken tegen de potentiële beschadigingen. ‘Nee, Ja, dat komt helemaal goed’, is de reactie en haastig wordt een doek gepakt. Er wordt een ladder tegen het dak omhoog gereden en over de nok ‘gehangen’. Menig dakpan heeft zich bij die actie verplaatst. Één van de twee mannen moet omhoog, terwijl de ander de ladder fixeert op zijn plek, zo lijkt het tenminste.

Of dit allemaal ‘arbo-technisch’ wel verantwoord is ? Wél in Frankrijk, denk ik dan maar. In delen komt de ‘oude chapeau’ omlaag, al dan niet gecontroleerd. De plafondplaat, die tegen de onderkant van de schoorsteen is geplaatst, en door mij (al zeg ik het zelf) keurig is afgewerkt, heeft het zwaar, van het vallende puin ín de schoorsteen, maar houdt het gelukkig wel. Mijn muur-steentjes zijn gelukkig stevig genoeg vastgeplakt.
Koffietijd. Heb ik even tijd om ‘uit-te-wijden’ over andere gebeurtenissen in ons leven hier. 😉 In de kelder ben ik bezig met de stalen deuren die eigenhandig door mij worden gefabriceerd. Ja, Corine hoorde ervan op maar ik ben toch echt begonnen. Zagen, slijpen, lassen, nog meer slijpen, het is één grote bende van metaal, rook en herrie, af en toe.

Als ik het ‘eerste raamwerk’ in elkaar heb gezet slepen we dat samen naar boven en plaatsen het in het gat. Nog lang niet klaar natuurlijk maar ik ben heel benieuwd of hij past. Ja, dat doet ie. Hij is in ieder geval niet té groot. We zetten hem met drie schroefjes vast en krijgen al een goed beeld van wat het worden gaat. Mooi, vinden wij. Het eindresultaat is over een paar weken bekend.
Terwijl de mannen de binnenpijp door de schoorsteen duwen bedenk ik me wat er nog meer (is) gebeurd.

In het dorpje zelf, dat zich aan de voet van het chateau bevindt, is het uitgestorven stil. Op een paar ‘klanten’ van het restaurant na, is het verder stil. Het Chateau is gesloten vandaag. Ik was toch al niet van plan naar binnen te gaan maar in het hoogseizoen kom je er waarschijnlijk niet eens dichtbij. Het is er heerlijk rustig. Ik maak een wandeling en schiet wat foto’s (zie onderaan). Natuurlijk heb ik alleen mijn mobieltje bij me en niet mijn spiegelreflex. Da’s een leer voor de volgende keer.

Op de terugweg doe ik nog even Monpazier aan en stop toevallig nog even bij een weiland met prachtige veldbloemen erin. Wat een rust en wat een ruimte. Heerlijk.

Ondertussen tillen de mannen, met z’n tweeën, de loodzware haard (197 kg) op zijn sokkel. Hij is uit de verpakking en de kamer ruikt al gelijk, naar ‘nieuw’. Tot nu toe gaat alles goed. Hij staat nog niet helemaal in het midden en als ik ze wil helpen door te zeggen dat de tegels op de vloer ‘symmetrisch’ liggen, en de voeg dus ‘exact’ 😉 in het midden zit, wordt ik min of meer genegeerd of niet geloofd en begrijp ik al snel dat ik ze maar even zelf moet laten bepalen waar en wanneer hij wordt rechtgezet. Ik neem me voor ze niet eerder naar huis te laten gaan totdat hij precies zo staat als ik hebben wil. Of me dat gaat lukken? Ik laat ze maar even aan het werk.

Eerder deze week hebben we bezoek gehad van Piet en Marie-Claire, je weet wel van die ‘enorme bak’. Maandag stonden ze bij ons op de stoep (hun auto paste nét). Ze zijn echte Frankrijk liefhebbers en komen meerdere malen per jaar hiernaartoe. Meestal staan ze met hun caravan op ‘Camping Lestaubière’, waar we ze twee jaar geleden hebben ontmoet maar nu proberen ze een andere camping uit en hebben een cabine gehuurd. Ergens in de buurt van Le Bugue. Het weer is deze week niet zo heel erg best. Het is wisselvallig weer. Jammer voor hun maar ze vermaken zich prima hebben ze ons geruststellend laten weten.
We hebben een gezellige middag in de serre en ze zijn onder de indruk (volgens mij) van al het werk dat we hebben verricht. Op een kleine ‘bouwkundige terechtwijzing’ na, krijgt het de goedkeuring van Piet en ook van Marie-Claire. Het werk aan de haard-muur wordt ook goedgekeurd evenals het stalen kozijn dat nét een dag eerder door ons, voor proef is geplaatst. Ook hiervoor ontvang ik weer wat tips van Piet, die na zijn commando-tijd nu werkzaam is in de bouw. Compriband, dat hier ‘Joint d’étanchéité expansif’ blijkt te heten én Glasband (vanzelfsprekend : ‘Ruban de vitrage’) zouden mij behulpzaam kunnen zijn om mijn project uiteindelijk te vervolmaken. Dank je wel Piet, voor de tips, top.
Ze blijven maar een week en gaan zaterdag weer naar huis. De vrijdag daarvoor (afgelopen vrijdag) zien we ze nog een keer. De bedoeling was om te gaan lunchen in Bergerac, dat ze beter kennen dan wij, maar we nuttigen een lekkere kippensoep van José met een zelfgemaakt ‘Frans’-brood van mij in de serre bij ons thuis.
De kachel staat bijna op zijn plek. Met een waterpas wordt de pijp ‘recht’ gezet (in plaats van met behulp van de voegen en tegels op de vloer 😉). Zo scheef als ‘de puist’ is afgeleverd, zo lijkt het er nu op dat de mannen zich voor hebben genomen het deze keer recht op te leveren voor ons. Naast de waterpas komt ook de schuifmaat er aan te pas. Meten, meten en nog eens meten, dat moet ons het gevoel geven dat ze, op z’n minst, hun uiterste best doen ons tevreden te stellen. Vooralsnog lijkt alles goed te gaan.

Bij het verwijderen van de oude chapeau is er blijkbaar een tegel van de schoorsteen afgebroken. Dat moet nog worden hersteld maar eerst de lunch. Het is kwart voor twaalf en de mannen gaan eerst lunchen en komen daarna weer terug, zeggen ze. Ook gezien de offerteprijs denk ik dat ze de hele dag voor deze klus hebben uitgetrokken dus ik ben benieuwd hoe laat ze terug zullen zijn. Het plaatsen van de nieuwe Chapeau is het enige dat nog gebeuren moet.
Terwijl ik dit allemaal noteer merk ik dat ik toch wel wat kritisch of sceptisch ben. Het goede woord kan ik niet echt vinden. Ben ik té kritisch, vraag ik me af? Ook tijdens het bezoek van Piet en Marie-Claire is het woord ‘perfectionistisch’ aan bod gekomen. Maar toch, ik zou sommige dingen anders doen. Als ik tijdens de lunch naar de nieuw geplaatste kachel kijk valt me op, met het oog, dat hij niet in het midden staat. Nameten met mijn eigen schuifmaat bevestigd mijn timmermans oog. Het gat in het plafond, waar de pijp in de schoorsteen verdwijnt, zit niet in het midden. En dus staat de kachel niet in het midden van de muur en vloer. Aan de ene kant meet ik 11,5 cm en aan de andere kant 14cm. Hij staat 1,25 cm uit het lood. ‘Ja, zo heet dat’, weet ik van mijn vader. Ga ik daar iets van zeggen of wakker van liggen? ‘Ik ben in Frankrijk, Ik ben in Frankrijk’, zeg ik meermaals tegen mezelf. Maar toch, dát zijn dingen waar ik op zou letten, als ik het zelf had moeten doen. Ondanks mijn eerder voornemen laat ik het er maar bij. veranderen gaat toch niet meer.
Iets anders: Morgen is het 1 Mei, dat is hier een nationale feestdag (de dag van de arbeid). Alle Fransen zijn vrij, niemand werkt én toch is er van alles te doen. Onder andere is er een Vide Grenier in Lembras. Daar wilde we aanvankleijk naar toe totdat we werden uitgenodigd door Anne-Marie en Mirjam. In hun dorp, Saint-Nexans zo’n 12 km verderop, wordt ‘Omellete à l’aillet’ bereid. Overigens zoals in zoveel dorpen hier in de buurt. Een Omelet met een héél speciaal uitje, zegt Ed, iets lokaals. Nou dat gaan we meemaken dan. 5 Mei is er een Vide Grenier in Queyssac waar we een kijkje willen nemen, het dorp waar mijn voormalige potentieëeltje staat. ‘Hoe zal het ermee zijn?’ 6 Mei hebben we weer een gast in de Chambres d’Hôtes én dan komen ook Onno en Ineke, van ‘Ons plakbandpensioen’, bij ons een kijkje nemen. Met hun hebben we nog steeds contact, zo af en toe. En 8 mei staat José zelf op een Vide Grenier in Colombier, de grootste rommelmarkt hier in de regio. Dat doet ze samen met Ineke (van Ed) en met Erika (van René). Kortom, er staat nog van alles ‘op de rit’.
Ah, kwart voor twee, de mannen komen terug voor de laatste loodjes, en die blijken zwaar. Één kruipt er weer op het dak, de ander kijkt vanaf beneden toe. Binnen is alles blijkbaar klaar en gaat er een schoonmaak doekje over de kachel heen. Opvallend detail is nog even dat het de mannen bij terugkomst is opgevallen dat onze caravan in de tuin een beetje scheef op zijn pootjes staat. Waarschijnlijk vanwege het natte weer van afgelopen dagen. Dát zien ze dan weer wél ?!
We krijgen van één van de mannen uitleg over de werking van de haard en dan lijkt alles klaar, met de nadruk op lijkt. Want, de laatste loodjes wegen zwaar. Bij het verwijderen van de ladder, die over de nok heen hangt, knapt er een dakpan kapot. Niet één maar nóg één. Die glijen van het dak, nét langs de serre, en komen met een klap op het terras terecht. ‘Tja, hoe lossen we dat nu op?’, zie ik ze balend denken. Al puzzelend breekt er weer één af en komt ook naar beneden vallen. Ik zit dit blog te schrijven in de serre en zie meerdere pannen uit elkaar spatten naast me, op het terras.

In de kelder vindt ik ‘gelukkig’ nog een paar reserve pannen. ‘Maar die zijn niet onuitputtelijk’, maak ik ze duidelijk. Ik maak een foto voor dit blog (zie hierboven) en bij het inzoemen wordt ik er niet vrolijker van. Er zijn inmiddels zes pannen afgeknapt en mijn voorspelling is dat het niet bij zes zal blijven. Ondertussen zijn we toegekomen aan de theepauze, dus even rust. Tijd voor bezinning.
Ze vragen zes pannen aan me en maken in de auto wat metselmortel aan. Ergens valt het woord ‘merde’, maar daar blijft het bij. De mannen doen hun best maar balen enorm, dat is te zien. Als ze klaar zijn hoor ik tot slot nóg een pan naar beneden glijden. Ook die slaat te pletter op het terras.
Dan komt José naar binnen en zegt tegen me: ‘Ze zeggen dat het zo goed is en dat één missende pan geen kwaad kan’. Als ik naar buiten loop vertel ik dat er wéér een pan kapot is aan de andere kant. Verbaasd kijkt hij naar boven en zegt dan: ‘Ja, maar dat kan geen kwaad, het dak is waterdicht’. De andere man probeert mij duidelijk te maken dat de verschoven pannen aan de andere kant ‘vanzelf’ weer op positie glijden. Als ik vraag of dat gaat gebeuren terwijl ik nog leef, schiet hij in de lach. Het wordt ze langzaam duidelijk dat we niet akkoord gaan met de ontstane situatie. Mij wordt duidelijk dat zij in ieder geval niet meer naar boven gaan, ze zijn (er) klaar (mee).
Het is inmiddels een uur of vier. Het zit wel eens mee en het zit wel eens tegen. Dat telkens bij het verschuiven van de ladder op de nok er steeds meer pannen kapot gaan, tja, dat is een groot probleem, maar niet de mijne, denk ik dan. Bij het onderteken van de oplevering worden we het eens. Ze komen ‘een keer’ met een hoogwerker langs om op die manier de boel te repareren. Binnen twee maanden spreken we af. Hij schrikt alleen een beetje als ik aangeef dat we de laatste betaling van 500 euro dus dan pas doen als alles is gerepareerd.

Wél zijn wij heel tevreden met het eindresultaat. Vanavond gaat ie misschien wel aan maar nu eerst bubbels! We proosten op onze nieuwe haard, Santé.
Hallo Eric en José. De haard ziet er prachtig uit. En perfectionisme is ook een goede eigenschap hoor. Zeker bij de werkzaamheden van het Franse klusbedrijf. Dat zouden wij toch ook absoluut niet pikken . Franse slag of niet. En dan zo een excuus dat het dak sowieso waterdicht is. Dan hoef je eigenlijk dus helemaal geen dakpannen te hebben. Is gewoon klunzigheid dat die naar beneden komen hoor. Hun probleem dus moeten zij het ook oplossen. Beetje minder perfectionistisch naar je eigen werk zou wel goed zijn. Het ziet er all maal supergaaf uit en daar mogen jullie zeer tevreden over zijn!!
Het was heel gezellig bij jullie en we komen van de zomer zeker weer langs.
Groetjes Piet en Marie-Claire
Dank je wel voor je steun 😉 en complimenten. We zien jullie graag deze zomer weer verschijnen, tot snel. ps: Wij hebben het ook héél gezellig gehad met jullie.
Wat een verhaal weer. Maar heel leuk om op de hoogte te blijven van jullie wel en wee. Heel veel groetjes, Truus
Prachtig geworden!! En weer leuk gevonden om van jullie avonturen mee te kunnen genieten!! Tja, en dat jij zo perfectisch bent, en de Fransen juist niet, zal misschien heel langzaam door de jaren wennen. Groetjes!!!