We hebben genoten van de rust en de natuur op camping La Haras in Palau Del Vidre, vlak bij Perpignan. Máár het wordt tijd om te vertrekken richting Bergerac. Een dag voor vertrek ontvangen we een reactie van Ineke, op de vraag of we welkom zijn op de Bergerie. Haar reactie brengt mij iets van slag. Op één of andere manier had ik erop gerekend dat we vandaaruit dit voorjaar en deze zomer op zoek zouden kunnen gaan naar ons nieuwe huis. Echter, we mogen er ‘maar’ tot 18 mei staan. Vanaf dan is er geen ruimte meer omdat de Bergerie dan mogelijk wordt verhuurd. Natuurlijk zijn we blij met de mogelijkheid die Ed en Ineke ons bieden, daar is geen twijfel over, maar toch.
Na, of eigenlijk tijdens een nachtje slapen, realiseer ik me echter dat het nog helemaal niet zo slecht is dat we ‘op eigen benen’ komen te staan en niet zo lang kunnen blijven. Dat zorgt er in ieder geval voor dat we daadwerkelijk op zoek moeten gaan. Je wordt lui als alles vanzelf gaat en als het allemaal goed bevalt. Het nadeel is dat we voor het hoogseizoen waarschijnlijk een wat ‘strakkere’ planning moeten maken. Campings zullen vol staan en zijn dan peperduur. Afijn, een zorg voor later.
Voor de weg naar Bergerac hebben we een (tussen)stop gepland in Carcassonne. We staan vroeg op, ontbijten, draaien de pootjes in, zetten binnen alles vast enz. enz. het gebruikelijke ritueel. Dat gaat inmiddels zonder een woord te wisselen. Dat klinkt misschien saai maar is eigenlijk best wel lekker. We duwen de caravan met de hand, we hebben geen ‘mover, op zijn positie en krijgen daarbij hulp van een Friese meneer. Die Friezen blijken best wel aardig, maar dat wisten we natuurlijk al 😉 Door het smalle pad rijden we richting receptie van de camping, rekenen af en we zijn weer en-route.
We mijden de tolwegen en rijden daardoor door een prachtige streek. Als het ‘weer eens’ tijd is voor een sanitaire stop, parkeren we de auto in een klein dorpje onderweg, Portel-des-Corbières. We zien een bordje ‘Boulangerie’ staan en we gaan een brood voor vanmiddag en iets lekkers voor bij de koffie halen. Dat wil zeggen José loopt in een half uurtje heen en weer terwijl ik bij de caravan blijf staan en bloemetjes fotografeer. Het is er vredig, rustig en nog steeds mooi weer, heerlijk.
Als ze terugkomt zegt ze tot mijn verbazing: ’Als het niet lukt om een huis te vinden gaan we in dit dorp wonen. Hier staan prachtige huizen, het is hartstikke mooi’. Dat klopt want als we verder rijden, na het nuttigen van de koffie en een overheerlijk appelflap van de plaatselijke Boulanger, dan zijn we het er allebeide over eens dat het hier ‘eigenlijk’ misschien wel mooier is dan in ons zoekgebied. Afijn.
Als we aankomen in Carcassonne is het druk bij ‘Camping de la Cité’. Er staan wel 6 campers voor de deur in een wachtrij geparkeerd. Er is echter plaats genoeg en krijgen, als we uiteindelijk aan de beurt zijn, plek 170 toegewezen. Het zijn ruime plaatsen. Wij zijn de enige met een caravan, de rest is met de camper op pad. De camping ligt op loopafstand van de stad. Na de lunch besluiten we even de stad in te gaan. Het begint gelijk te regenen zodra we zijn vertrokken richting ‘Bastide Saint-Louis’. Dát is lang geleden, dat we regen hebben gezien en gevoeld!
Het lopen door de stad doen we met de jas aan. Het waait hard, het is zelfs een beetje guur. Fijn is het niet en houden het, na een biertje in een Irish Pub, dan ook al snel voor gezien. Onderweg doen we nog even boodschappen voor het diner. Bij een slager in de stad besteld José in vloeiend Frans, voor mij klinkt het in ieder geval zo, ‘gehakt’ dat ter plekke wordt gemaakt, voor de spaghetti van vanavond. Ja, zo leren we het wel, het heeft prima gesmaakt.
Vooralsnog is de planning dat we hier twee nachtjes staan. Morgen doen we dan ook nog een poging om de stad te zien en gaan dan ook naar ‘Cité Médiévale’, onderdeel van Carcassonne.
Wat was er ook weer met ‘iets lekker bij de koffie’? 😜
We hebben jullie vast geïnspireerd. 😂