Ik ben lekker aan het klussen. In de ‘nieuwe’ Chambre d’Hôtes kamer zitten de meeste tegels inmiddels aan de wand. Alleen de onderste tegels, zeg maar de plint-strook, moet nog worden gesneden en geplaatst. Er is een soort routine ontstaan waarbij zondags geldt als rustdag voor zowel José als mij. Een dagje niet klussen maar lekker andere dingen doen óf helemaal niets. Het weer is slecht, volgens mij net als in Nederland. Regen, regen en nog eens regen, al ruim twee weken lang, elke dag.
Afgelopen zaterdag hebben we echt heerlijk gegeten bij Ed en Ineke. Die hadden ons uitgenodigd voor het diner. We zouden eigenlijk met z’n vieren zondags naar Pombonne, lunchen hier vlakbij om de hoek. De weersvoorspellingen voor de zondag zijn echter bar en boos, en na overleg wordt de planning omgegooid. We worden uitgenodigd bij hen thuis. Don, hun zoon die studeert voor arts in Bordeaux, is er ook, evenals Bob en Bertus, twee Nederlandse mannen die praktisch buren zijn van Ed en Ineke. We kenden ze nog niet maar het is een leuke kennismaking. Zij hebben hier een tweede huis en zijn hier zo’n beetje fiftyfifty van de tijd. Oh, ja, ook René (van Erika) is van de partij. Het is gezellig met z’n achten en we eten en drinken zoals gezegd heerlijk en eigenlijk veel te veel, maar afijn.
Don moet maandagochtend weer in Bordeaux zijn dus gaat zondag middag met de trein daar naartoe. Ed en Ineke brengen hem ’s middags naar het station in Bergerac en komen dan wellicht nog even bij ons langs. Tenminste dát is het plan. E.e.a. is nog niet helemaal zeker want Max (VER) racet in Brazilië op die dag. Ed is groot fan van de F1. Ik heb nog wat vragen over het zwembad dat inmiddels toe is aan zijn winterslaap. Voor zwemmen is het inmiddels te koud. Henry is de laatste die van ons zwembad gebruik heeft gemaakt. Ed weet precies wat er gebeuren moet met het zwembad, ik niet, dus zijn advies is meer dan welkom voor de komende winterperiode. We rekenen niet op hun komst maar je weet nooit.
De zondag begint goed met een lekker ontbijtje en dan krijg ik ineens een WhatsApp gesprek. Claudine (van Patrick uit Sarlat) vraagt of we vandaag thuis zijn, ze willen ons huis komen bekijken en zijn erg benieuwd. Claudine en Patrick zijn eigenlijk de enige twee écht Franse mensen die we nu goed kennen. We hebben meermaals in hun B&B overnacht tijdens onze zoektocht naar een huis, toen nog in de omgeving van Sarlat. Claudine heeft een goede smaak en weet hoe je een B&B moet runnen. Ze hebben zelf drie kamers, midden in Sarlat, en die zien er super uit. De zaken gaan goed daar dus háár advies is goud waard 😉
Ze laat weten dat ze nét haar drie kamers heeft schoongemaakt, nog even iets gaat eten en dan deze kant op wil komen. ‘Of we thuis zijn?’, ‘Natuurlijk’, is ons antwoord, we zijn héél benieuwd wat ze van onze woning vindt. Ze verwachten ergens in de middag hier te zijn.
Ondertussen kan ik nog lekker even met ‘mijn SIM stoel’ aan de gang, die (nog) erg onbetrouwbaar blijkt. Dát vraagt nog even wat aandacht maar is ook onderdeel van de hobby. Ik zei al, zondag, lekker een dagje rust en klooien voor jezelf. Beneden hebben we de airco aangezet en heeft José de open haard aangemaakt, het is inmiddels aangenaam warm in huis. (De CV doet het niet in verband met een afgekoppelde radiator in de te verbouwen badkamer boven).
Om een uur of twee ontvang ik een WhatsApp berichtje van Claudine, ‘Ze verwachten er om drie uur te zijn’. Het is inderdaad een uurtje rijden van Sarlat naar Lembras. Het is drie uur, kwart over drie, half vier en nog steeds geen Claudine en Patrick in zicht. Nou zijn we inmiddels gewend aan ‘de Franse afspraaktijden’ dus schenken voor onszelf alvast een drankje in en wachten geduldig af.
Dán ontvang ik een WhatsApp bericht van Claudine: ‘Nous aurons du retard car nous avons eu un accident’. Ze hebben een ongeluk gehad, op nog geen 10 km van ons huis. We springen in de auto en rijden ze tegemoet. Dan zien we de auto staan, ze hebben een ‘Sanglier’ (een Wild zwijn) voor de auto gehad. Het blijkt dat jagers in de omgeving aan het jagen zijn op wild, iets dat hier vaak gebeurt in deze tijd. Thuis horen we ook vaak schoten in de omgeving en in het bos, vooral op zaterdag en zondag is dat hier een gebruik. Niet de jagers maar Patrick is in dit geval de ‘gelukkige’ ☹

Als we bij ze aankomen dan moeten we nog even wachten op de ‘depannage’ die er over een kwartiertje zou moeten zijn. Dat duurt op z’n Frans ruim een uur (in de kou), en rijden dan eindelijk om een uur of vijf, met z’n vieren in onze auto, naar ons huis. Nét voordat we aankomen ontvangt José een WhatsApp bericht van Ineke: ‘We hebben net Don afgezet en komen toch even bij jullie langs voor advies over het zwembad. We zijn onderweg’. We zijn nog geen twee minuten thuis en daar komen ook Ed en Ineke voorgereden. Het is wat chaotisch, we zijn op zoveel bezoek niet voorbereid, maar met z’n zessen doen we een hapje en een drankje, terwijl ik Claudine en Patrick het huis laat zien. Ed loopt ook even mee, hij is vast wel benieuwd naar de vorderingen.
Van Claudine krijg ik nóg meer tips en ideeën aangereikt. Ze gaat helemaal op, in haar rol als adviseur. Er kan nog een kleurtje hier, wat extra tegeltjes daar, een kapstok onder de balk en er wordt een mogelijkheid voor een derde douche geopperd maar dát weet ik op tijd te tackelen, ‘Eerst maar even deze kamer, daarna zien we wel verder Claudine’. Al met al zijn ze onder de indruk van ons huis, ‘Een goede keuze…’, zegt Claudine, ‘…ook al is het niet in Sarlat’. Ook Ed’s goedkeuring kan het wegdragen, dat zit dan weer mee. Van advies over het zwembad komt helemaal niets meer want de treinen rijden niet, krijgen Ed en Ineke te horen als Don hun belt. Ed en Ineke gaan er snel weer vandoor want besluiten hun zoon dan maar zelf, met de auto naar Bordeaux te brengen. Het is een rit van ruim een uur heen en weer ruim een uur terug. Claudine is druk aan het bellen met de verzekering om vervoer terug te regelen naar Sarlat. Uiteindelijk nemen ze een taxi, die eerst nog naar het verkeerde huisnummer in onze straat rijdt maar uiteindelijk toch voor komt rijden. We hebben ze nauwelijks ‘normaal’ kunnen spreken maar er komt zeker een volgende keer, dat spreken we af.
Vandaag, maandag, pakken wij het klussen weer op. Er moeten nog een paar tegels op maat worden gesneden maar als José dat op zich wil nemen, terwijl ik boven de boel voorbereidt, komt ze er al snel op terug. ‘Dat is niets voor mij, eerder lukte het wel maar nu lukt het niet meer. Dat is niet mijn ding.’ Als ik het van haar overneem mislukt ook bij mij de ene tegel na de andere. Tot vandaag ging het goed maar nu … We hebben een snijtafel voor de tegels die al meer dan twintig jaar zijn diensten bewijst maar vandaag zit het wel héél erg tegen. De zaagsneden gaan elke keer scheef, wat ik ook probeer. Bij het schoonmaken van de machine, misschien dat het helpt, wordt het één grote klerezooi. Het is in de kelder, waar de machine staat opgesteld, koud en nat. Water stroomt over de tafel en in mijn schoenen, het gereedschap wordt allemaal nat en zit inmiddels onder het gruis. Het irriteert me mateloos, wéér een tegel verprutst én we proberen al zo zuinig mogelijk te doen met de tegels die we hebben. Wat een k.u.t. ding. Tegenwoordig kan ik me al iets beter beheersen, eerder zou ik het hele apparaat in het zwembad hebben geflikkerd, dat is niet gebeurd. Ik stop en neem een (lunch)pauze. Misschien moet ik toch Ed’s advies opvolgen en een ‘Coupe Carrelage Manuel’ aan gaan schaffen?
Na de lunch gaan we samen (José en ik) op zoek naar, eerst maar eens, een nieuw diamant zaagblad, als vervanging voor de (20 jaar oude) huidige. Ik heb me bedacht dat hij wel eens versleten kon zijn en aan de ene kant méér zaagt dan aan de andere kant waardoor alle zaagsneden scheef gaan en de zaag vast gaat knellen. ‘Maar waar hebben ze zo’n nieuw zaagblad voor onze twintig jaar oude Gamma machine, hier in Frankrijk?’.
We rijden naar Point-P, een speciaalzaak hier dichtbij in de buurt. Onderweg komen we langs Qofipro, wat staat voor ‘Quincaillerie Outillage Fournitures Industrielles Professionnel’. ‘Als ze het dáár niet hebben?’ Maar nee hoor, geen geluk, ze hebben niet de juiste maat. We rijden door naar Point P, daar hebben ze véél maar geen schijven van onze maat. Dán proberen we ‘Tridôme Creysse’, een ‘normale’ bouwmarkt, vlak bij de Intermarché aan de rand van Bergerac. En ja hoor, daar zien we de schijf die we nodig denken te hebben. Tussen de schijven van tachtig tot boven de honderd euro hangt onze maat, 180 mm diameter 2mm dik met diamant voor ‘carrelage’ voor een kleine dertig euro, díe nemen we mee. Als we toch in de buurt zijn, ‘doen we ook maar even boodschappen bij de Intermarché’, zegt José. De dag is nu toch al ‘kapot’. Het is een grote supermarkt ‘dus’ we komen, tussen het spitsverkeer – ja, dat kennen ze hier blijkbaar ook – pas tegen half zes thuis.
Van klussen komt vandaag niets meer maar ik kijk (stiekem toch) alvast of het de juiste maat is die we hebben gekocht én… De buitenmaat is goed, alleen de as-maat is nét twee millimeter te klein. Hij past dus niet, k.u.t. Ik pak een biertje én een chipje, plof in de stoel, ik heb het wel een beetje gehad voor vandaag. Morgen zien we wel weer verder hoe het gaat.
Het zit voor iedereen wel eens mee maar ook wel eens tegen… toch?!
Wat een pech allemaal met de zaagbladen, de tegels etc. Maar ja, die dingen horen er ook bij. Het kan niet altijd op rolletjes gaan. Het was weer een mooi bericht en zoals gewoonlijk hebben wij het weer met plezier gelezen. Wat kunnen jullie leuk schrijven. Kan ik niet. Bij mij is het altijd veel te zakelijk en te kort. Maar wel goed bedoeld hoor. Het is vandaag redelijk weer dus gaan we dadelijk even de stad onveilig maken. We hebben geen echt doel om iets te kopen, maar een beetje snuffelen is wel gezellig met een kopje koffie na. Luitjes geniet van jullie fijne leven en tot hoors. Trube