Dinsdag:
Dinsdag is een drukke dag. ’s Ochtends vertrekt José naar het ziekenhuis voor een controle scan. Dáár zijn we eigenlijk voor in Nederland. Daarna gaat ze naar haar oude werk in Ede en praat ze lekker bij. Ik blijf ‘thuis’ en probeer een planning en bezichtigingsafspraken te maken voor als we weer in Frankrijk zijn. ’s Middags halen we de post op bij Ronnie en Martina in Winterswijk, ons postadres. We drinken een drankje en krijgen lekker te eten. Corine en Henry schuiven daarna aan voor de koffie. We praten lekker bij. Dat gebeurde ‘vroeger’ niet zo vaak, nu wel, leuk. We zijn tenslotte maar even in Nederland. Donderdagmorgen gaan we weer naar Frankrijk. Tenminste, dat is het met zorg uitgedachte plan.
Woensdag:
De hele week al krijg ik mijn bloedsuiker niet op peil. ‘Wat is er toch aan de hand?’. Dan weer te hoog en dan weer te laag, pfff vermoeiend. Het blijkt dat mijn insuline op de heenweg te lang in onze hete auto heeft gelegen. ‘Tja, daar kan het niet tegen’, bevestigd mijn Apotheek. Na mijn excuses bestel ik nieuwe insuline maar die is niet op voorraad en blijkt eerst te moeten worden besteld. Ik kan het pas donderdagmorgen rond 10:00 uur op komen halen. ’s Ochtends bezoeken we vrienden uit de buurt, Nina en haar nieuwe vriend Jesse én hun pasgeboren Nora. Jesse heeft over de hele wereld gezworven en is wel wat jaloers op ons avontuur. Wie niet 😉 Leuk om Nina zo blij te zien en Jesse ‘eindelijk’ te ‘mogen’ ontmoeten. Daarna gaan we op zoek naar een koelbox voor in de auto. We hebben een Volvo-koelbox, maar die zit in de opslag. In Oosterbeek, waar we zijn voor de pindakaas en hagelslag, hebben ze bij de Blokker geen koelboxen (meer). We bestellen er één online, bij Coolblue. Die kunnen we dan de volgende dag op komen halen in het filiaal in Arnhem, ná 9:30 uur.
Donderdag:
Op onze geplande vertrek dag, pikken we eerst de koelbox op bij Coolblue, dat gaat soepel en bijna overdreven klantvriendelijk. Daarna rijden we naar de apotheek. We zijn er op tijd. De bestelde insuline blijkt echter niet aangekomen máár bij een apotheek aan de ander kant van de stad ligt nog wél wat. Een herhaalrecept krijg ik niet zomaar mee, ze werken papierloos (wat dat ook betekenen mag). Ik moet er één bij mijn huisarts halen, met een échte krabbel erop. Daar moet ik wachten tot 11:00 uur, dan zijn de assistentes weer terug van ‘werkoverleg’, staat er geschreven op één van de vele papiertjes op het raam. Met een herhaalrecept en een krabbel – van de assistente – rijden we door het drukke verkeer naar de ‘andere’ apotheek. Sjonge jonge, wat een zonde van de tijd. We zijn relaxed maar het verkeer in Arnhem vraagt het uiterste van ons geduld. Afijn, zo wordt het 12:00 uur alvorens we kunnen vertrekken naar het zuiden. Mét de post, pindakaas en hagelslag, nieuwe insuline, een herhaalrecept én een koelbox.
We redden het niet in één keer, naar onze caravan, dus we overnachten ‘weer’ in Orléans. Nu niet in het centrum maar in een Chambre d’Hotes ergens in een (achter)wijk. Na een maaltijd bij ‘Buffalo Grill’ komen we in het donker aan, zo rond half tien, en worden binnengelaten door de gastheer. Die praat héél snel Frans, pauzeert dan even, vraagt dan of we wel Frans verstaan, ‘Un petit peu’, is ons antwoord. Hij schakelt over op een soort van Engels maar is verder niet erg spraakzaam. We passeren op weg naar onze kamer zijn vrouw, die in de keuken haar tanden staat te poetsen. Zij is net als haar man, erg zwijgzaam en gaat naar bed. Het is lang geleden dat dit huis een stofzuiger of doekje heeft gezien. Overal stof, webben en oude troep. Het hele huis staat ook nog eens vol met boeken. Geen ruimte is onbenut voor schappen met boeken. Het lijkt wel een bibliotheek. We slalommen ons er doorheen en komen aan bij onze kamer. Het enige wat dáár schoon is, zijn de lakens. Gelukkig.
Als ik later die avond uit de badkamer kom, waar ik de koelbox een plekje heb gegeven voor de nacht, bots ik bijna tegen een oud vrouwtje op. Ze staat voor de deur op de overloop en is gekleed in haar nachtjapon en heeft haar tandenborstel paraat. Ik schrik ervan, ‘Bonsoir madame’ kraam ik in een reflex nog uit. Ze verdwijnt achter mij dezelfde badkamer in. We delen de badkamer en het toilet, zo blijkt, niet alleen met andere ‘gasten’ in het huis, maar ook met de eigenaren zelf. Dat hadden ze niet verteld op Booking.com, afijn we nemen het zoals het komt.
’s Ochtends staat de ontbijt tafel helemaal vól. O.a. met zelfgemaakte jampotjes en krijgen we de koffie geserveerd in, wat ons lijkt, een yoghurt schaaltje. Het dametje van gisteravond neemt plaats tegenover José. Ze ‘smakt’ behoorlijk, maar heeft dat zelf niet door. Ik ‘voel’ wat José denkt van dit tafereel, krijg de slappe lach en krijg daardoor verder ook niets meer door mijn keel. De gastheer schuift aan maar is even zwijgzaam als eerder. Het is op het gesmak na, stil aan tafel. Toch een beetje ‘awkward’ allemaal.
Toegegeven, dat is hét idee van een Chambre d’Hotes, maar dan deel ik liever wel het huis met iemand die weet hoe je een poetsdoek of stofzuiger kan hanteren. Deze Chambre d’Hotes zou wat Claudine betreft ECHT NIET door de keuring komen. Ook niet door die van ons. Hier komen we nooit meer terug. Zo moet het niet, is onze mening.