Zondagochtend, het waait wat harder dan gisteren maar de wind is warm. De zon schijnt uitbundig en de temperatuur wordt vandaag 18 graden. We zitten heerlijk buiten koffie te drinken máár – er is vaak een maar in mijn verhaal – ik hoor de hele ochtend al ‘Slagermuziek’. Het roept herinneringen op. Welke weet ik niet precies maar ze passen nu niet echt in de sfeer, voor mijn gevoel.
De muziek komt van onze ‘achterbuurman’. Een man en vrouw op leeftijd. Ze zijn Duits. Ze zijn hier ogenschijnlijk enige tijd geleden neergestreken, zoals zo veel van hun landgenoten dat hebben gedaan. Andere nationaliteiten zie je zelden. Het land is ‘bezet’ door Duitsers lijkt het wel. Onze ‘achterburen’ zijn een schoolvoorbeeld. Ik schat ze ver in de zeventig en zijn beide slecht ter been. Ze zijn hier met hun camper, een klein autootje, een grote aanhanger (voor het autootje) en een tent met daarin hun keuken. Voor de camper ligt een zeil op de grond met daarop twee stoelen en een tafel mét bloemetje. Onder de camper staat een voorraad water en ongetwijfeld ergens anders zijn de treetjes pils verstopt. Oh ja, ik vergeet bijna de hond die ook is meegekomen en blaft op alles en iedereen die voor hun plekje langsloopt. Het hondje wordt dan tot de orde geroepen met een waterpistooltje dat op tafel ligt. Van de stoel afkomen, gaat de man niet meer zo makkelijk af, zo te zien.
(Ik ben (niet) niet brutaal genoeg om van hun een foto te maken, komt wellicht nog)
We hebben zo her en der al een aantal mensen gesproken, die met hun camper nergens meer een plekje kunnen vinden. Ook wij hebben ondervonden dat campings ‘vol’ zijn omdat kampeerders, m.n. Duitsers, zich hier installeren en soms 4, 5 of 6 maanden blijven staan. Sommigen hebben tot wel 25 campings moeten bellen voordat ze ergens terecht konden. De Oostenrijkse mevrouw die we spraken op de vorige camping in Cabo de Gata, was er – met die Duisters – helemaal klaar mee. Die heeft tegen ons haar hart gelucht. ‘Ik voel me niet meer vrij. Een camping moet plek hebben om een paar dagen te kunnen kamperen en dan weer naar de volgende plek te kunnen gaan. Zonder vooraf te hoeven bellen om te vragen of er nog plek is en te moeten reserveren. Aber diese blöden Deutschen mit ihren großen wohnmobielen …’, enz. enz. Iets om over na te denken. Op deze camping valt het nog wel mee maar op bijvoorbeeld de camping bij Balerma, hebben we alleen maar Duitsers zien staan, en die gingen voorlopig nog niet weg. Dáár was voor ons geen plek meer vrij.

Straks worden campings een soort van woonwagenkampen. Dan hebben mensen, al dan niet, nog een huis in hun ‘thuisland’, maar steeds vaker waarschijnlijk ook niet meer en besluiten zich dan te vestigen ergens ‘onder de zon’. Ik heb iemand horen vertellen (weet niet meer wie) dat in Benidorm zelfs de thuiszorg 3 keer per week langs komt op de camping om Nederlanders die daar ‘wonen’ te voorzien van medische zorg. José heeft net een rondje gemaakt over deze camping en vertelt me net dat ze een Nederlands stel heeft gesproken die hier al 14 jaar komen, tussen al die Duitsers 😉. Ze staan hier dit jaar vanaf oktober en blijven tot eind maart, 6 maanden in totaal. Op de vraag ‘waarom hier?’, kwam een nogal vaag verhaal. ‘Het sanitair is slecht, de mensen zijn onvriendelijk maar de omgeving is wel mooi’. Huh, ‘Maar er zijn toch nog wel andere plekken die óók mooi zijn?’

Brengt mij op de titel van dit blog. Waarheen? Ons plan wankelt. We zijn – of waren – eigenlijk van plan om ons via de oostkust, stukje bij beetje, naar het noorden te verplaatsen. Alicante, Benidorm, Valencia, Barcelona en dan via Perpignan Frankijk weer in. Maar willen we die taferelen in Benidorm, waar het hoogstwaarschijnlijk allemaal Nederlanders in plaats van Duitsers zijn, zien of mee beleven? Vooraf meerdere campings moeten bellen om te vragen naar een plek? De vrijheid in te leveren als we een reservering moeten doen voor een camping waarvan we niet weten hoe en wat? Tussen nog meer Duitsers óf Nederlanders – die zijn denk ik net zo erg – terechtkomen die ‘onze’ plek bezetten?
We gaan er ons vandaag op bezinnen en eerst nog een nachtje over slapen. Misschien moeten we wel ‘terug’ naar het zuiden óf naar het binnenland van Spanje. Daar is het echter m.n. ‘s nachts nog te koud. Afijn, waarheen leidt onze weg ?
Terwijl ik klaar ben met dit blog is de muziek gestopt. Het is nu middag én zondag, Ruhetag. Voor sommige tradities is toch wel weer wat te zeggen, misschien 😉
Het lijkt zo nog erger dan de volle campings in de zomer.