Op de navigatie voeren we de ‘Avenida Juan Carlos I’ in. Dat ‘adres’ staat in de advertentie want net als in Frankrijk vermelden makelaars ook hier niet het exacte adres van het te koop staande huis. Het ligt ergens ten noorden van Mazarrón. We rijden door de plaats, waar niet veel is te zien en komen steeds verder in afgelegen gebied. We slingeren ons een weg naar boven, moeten door kuilen, steken een waterstroompje over, slaan een zandpad in dat daarna (gelukkig) weer asfalt wordt. We kijken flink om ons heen, totdat …. we niet verder kunnen. Niet gevonden. We keren de auto, stappen uit en … wat een stilte, wat een rust, wat een uitzicht maar ook, wat een afgelegen plek en wéér, of nog steeds, zicht op die verrekte kassen.

We rijden terug naar de kust en komen uit in Bolnuevo. We parkeren de auto, ik kijk toevallig achterom en zie een grote parkeerplaats, aan de rand van het dorp én een bekend beeld. Nou ja beeld, het betreft ‘Door erosie gecreëerde bizarre structuren’, zoals ze vermeld staan in ons Lannoo’s autoboek.

Las Gredas de Bolnuevo, ook wel Ciudad Encantada genoemd, zijn zwaar geërodeerde zandsteenformaties langs het strand van Bolnuevo, Murcia, Spanje. De zandstenen vormen zijn gebeeldhouwd door water en wind gedurende duizenden jaren en worden beschouwd als een monument van natuurlijk belang.
We maken nog een wandelingetje over het strand maar verder stelt het plaatsje volgens mij niet veel voor. Waarschijnlijk is er hier ’s zomers méér leven te zien. Wel hebben we hier mooie uitzichten op de kust. We gaan verder en komen uit in Puerto de Mazarrón, wéér op de verkeerde tijd want alle winkels zijn dicht. Ook de zon gaat bijna onder en dan wordt het in de schaduw toch snel koud. De Apéro nemen we daarom in de caravan.
Er is ‘slechter’ weer op komst, Dus? besluiten we een dagje naar Cartagena te gaan. We nemen de weg binnendoor en hebben af en toe mooi uitzicht op de baai waar we tijdelijk ‘wonen’.

Ook hier wordt wat mij betreft dit mooie landschap weer ‘verpest’ door die kassen. Afijn, onderweg naar Cartagena zien we inderdaad de donkere wolken al boven de stad, evenals een gele gloed die mij doet denken aan ‘Smog’.
Eenmaal aangekomen parkeren we de auto in een enorme parkeergarage onder de ‘Plaza de España’ en lopen via de ‘hoofdstraat’ naar de haven. Wat opvalt is, in dit soort steden, de vaak mooie bestrating van marmer. Onderweg zien we mooie en verrassende gevels en een kerk met een altaar dat zeer doet aan je ogen. We komen uit bij het ‘Palacio Consistorial de Cartagena’, waarin ook het Gemeentehuis is gevestigd. Daar zit ook het ‘Oficina de Turismo’ waar we naar binnengaan.

We worden ontvangen en geholpen zoals dat hoort. We vragen een kaart van de stad. ‘In English?’, vraagt de dame en voegt er glimlachend aan toe, ‘It is the same as all other maps but the text is in English’. Ze vouwt de kaart open en vraagt ‘zijn jullie alleen vandaag in Cartagena?’ Als we die vraag bevestigend beantwoorden, voelen we al dat we haar teleur gaan stellen. Haar reactie is dan ook: ‘Hoe kun je nu hier komen op een maandag terwijl dan alles gesloten is? Maandag is een rustdag, er wordt hier gewerkt van dinsdag t/m zondag’. De schok te boven, begint ze toch uitvoerig te vertellen welke opties nog open zijn voor ons. Ze tekent een hele route op de kaart en als we ook nog geïnteresseerd zijn in … dan kunnen we ook nog … Wel leuk om iemand zo te treffen met passie voor haar vak. Wellicht komt het omdat we de enige klant waren die dag, want wie komt er nu op maandag Cartagena bekijken?
Allereerst lopen we naar het ‘Museo Naval’ in het havengebied. Daar ligt de eerste duikboot uit de geschiedenis die bedacht en gebouwd is in 1888 door de Ingenieur Isaac Parel. Zoals voorspeld door de dame van de VVV is het museum gesloten maar ik kan een foto maken door het raam 😉

Daarna komen we na een pittige wandeling uit bij ‘Parque Torres’. Eerst staan we voor een hek dat gesloten is maar verderop is nog een ingang die ‘open’ is. Het park is gelegen op een heuvel met op de top het ‘Castillo de la Concepción’, ook gesloten vanzelfsprekend. Het park en het uitzicht vanuit daar is erg mooi. Goed is te zien dat Cartagena omringt is door bergen en de ‘natuurlijke’ haven is het hart van de stad.

Wandelend naar beneden begint het te regenen. We lopen langs het ‘Teatro Romano de Cartagena’, ‘een gerestaureerd, oud Romeins amfitheater met een museum met kunstvoorwerpen gevonden door archeologen’. Dat museum hebben we niet eens geprobeerd maar zal ook gesloten zijn geweest. We gaan in de regen op zoek naar een restaurantje voor de lunch. Uiteindelijk vinden we ‘El Descanso Del Icue’, die adverteren met regionale gerechten op de kaart. De ‘Plato del Dia’ blijkt linzensoep te zijn die heerlijk is.
We halen de auto weer op en rijden weer binnendoor ‘verder’ naar Mar Menor, dat omschreven wordt in het Lannoo’s autobook als één van de mooiste streken in Zuid-oost Spanje. Dat moeten we zien. José rijdt, waardoor ik tijd en ruimte heb om, om me heen te kijken. In eerste instantie zie ik niet zo veel moois. Achter de bergen die we vanaf de haven zagen gaat namelijk een enorm industriegebied schuil, ‘Refinería de Petróleo’, waar we dwars doorheen rijden. We passeren sector 1 t/m 4 tussen de olie- en gastanks, pijpleidingen, buizen etc. Zoiets als Pernis volgens mij. Toegegeven iets kleiner misschien, maar toch. Niet wat we verwachten.

Als we de industrie zijn gepasseerd gaat de route via Escombreras en Alumbres naar Portman. Een gebied dat gekenmerkt wordt door de delving van lood en zink in het verleden, waar Cartagena zijn rijkdom in de 19 eeuw mee heeft vergaard. Overal zijn daarvan de sporen te zien. ‘Kijk José, hier rechts’, roep ik enthousiast. ‘Oh, en zie je die afgraving en huizenresten daar boven op die bult?’. José heeft (alleen) oog voor de weg, want die is weliswaar niet druk maar wel erg kronkelig en smal. Als ik een foto vanuit de auto wil maken van iets ‘opmerkelijks’, en dat niet lukt, vraag ik José even te stoppen. Ze remt wel iets af maar van stoppen komt vooralsnog niets. Tja, dan is een ‘opmerkelijk’ uitzicht zo weer voorbij. ‘Ik kan hier toch niet stoppen, midden op de weg?’, Ik denk daar anders over en … We draaien waar het kan om terug te rijden.
José draait achteruit en zakt met de achterwielen in de berm. Ze rijdt weer naar voren waarop we de onderkant van de auto tegen het asfalt horen komen. Vervolgens maakt de auto bij het wegrijden een vreemd geluid en trilt helemaal. Dat blijft doorgaan terwijl ik in de achteruitkijkspiegel de modder achter en tegen de auto aan zie vliegen. Hij blijft maar trillen en we zetten de auto aan de kant. Dan blijkt dat de wielen tot aan de velg in de modder hebben gezeten. Grote kleiklonten vullen de wielkassen. We halen het meeste weg en kunnen toch nog de foto maken die ik wilde. Was het dat waard ? Ach, het was even schrikken maar, mooie foto toch?

Als we richting Mar Manor rijden veranderd het landschap ineens. Ik heb me blijkbaar slecht voorbereid want ik denk een mooi natuurgebied aan te treffen. Niets van dat alles, de ene golfbaan na de andere en het ene 4 sterren complex naast het volgende. In de verte zien we flatgebouwen staan die me doen denken aan Miami Beach. Na onderzoek lees ik het volgende:
‘Mar Menor is de grootste zoutwaterlagune van Europa en ligt in het zuidoosten van de regio van Murcia in Spanje. Oorspronkelijk was dit een open baai, nu is de lagune gescheiden van de Middellandse Zee door een strook land, La Manga del Mar Menor genaamd, die 21 km lang is tussen de 100 en 1200 meter breed is.’
Wat níet in het Lannoo’s autoboek staat is dat de landtong in de jaren 60 helemaal is volgebouwd met hotels en appartementen. En dat de irrigatie van de nabijgelegen landbouwgebieden sterk is toegenomen waardoor grote hoeveelheden landbouwchemicaliën, zoals nitraat, fosfor, kalium en pesticiden, al in de lagune terecht zijn gekomen.

Als we een kijkje willen nemen aan het meer (ik wist bovenstaande toen nog niet 😉 ) rijden we verkeerd en komen in Cabo de Palos terecht. Dit is het uiterste puntje waar de landtong begint en een vuurtoren staat. Het weer is er niet beter op geworden en het waait hard en het is koud. Jas aan, naar buiten, vuurtoren en het uitzicht bekijken, foto’s nemen en weer terug. Daar valt ook weer op dat ook hier alles nog in winterslaap lijkt. Alle luiken van alle appartemeten zijn gesloten, er is niemand ‘thuis’.
Mischien ziet het er bij zonnig weer heel anders uit, maar laten we zeggen, Spanje verrast ons nog steeds. Zeker als blijkt dat de route naar huis prachtig is. Blijkbaar is ‘tolwegen-mijden’ ingesteld en worden we wederom binnendoor gestuurd. Langs de kronkelige landwegen dit keer geen kassen maar strakke velden met groententeelt, kleine dorpjes, vergezichten en bomen waarvan voorzichtig de bloesems al tevoorschijn komen. Ik zei het al, verrassend.
Hoi José en Eric van een geweldig verhaal, en wat zien jullie veel, mooie natuur en lelijke natuur, maar de temperatuur is nog steeds lekker en dat is ook heel veel waard.
We wachten met plezier jullie volgende verhalen weer af.
Heel veel lieve groetjes
Trube
Hoi Trube,
Ja, Spanje is voor ons echt verrassend. Soms in positieve, soms in negatieve zin.
Het weer wordt deze week wat frisser en er waait een behoorlijk frisse wind. We zitten nu veel binnen, kunnen we verhalen schrijven en kijken wat we nog meer kunnen ontdekken in dit land 😉
Dank je wel voor jullie reactie. Tot de volgende blog.
Groetjes van Eric (en José)
Mooie foto’s deze blog. 🥰
Hoi Zus, leuk dat je je broertje nog steeds volgt en af en toe laat weten wat je ervan vindt. 😉 Dank je wel voor het compliment.
Hoi Eric en José,
Prachtige foto’s zeg. En misschien is het bij jullie fris, maar als ik hier ’s morgens om een uur of 8 met de hond de deur uit ga is het nog onder nul en zit er nog ijs op de auto’s. Mooi om zo verschillende streken van Spanje te leren kennen. Met de foto’s laten jullie ons meegenieten. Leuk.
Groetjes Ben.
Leuk dat je meegeniet.
Graag gedaan.