Alles is gepakt, klaar voor vertrek. Het chemisch toilet is geleegd, het kooktoestel is schoongemaakt en opgeborgen, de gasflessen zijn dichtgedraaid en vastgezet, de spiegels zijn op de auto geschroefd, de trekhaak is gemonteerd en veel, met name zware spullen, zijn gisteren van de caravan naar de auto verplaatst om de caravan zo licht mogelijk te maken. Zoals gezegd, klaar voor vertrek. De wekker staat op 8:00 uur morgenvroeg.
De avond voor vertrek ziet mijn wond van de operatie er echter niet goed uit. Hij lijkt ontstoken maar ik ben geen dokter en José ook niet, hoewel ze soms doet alsof 😉 Beroepsdeformatie denk ik. Tja, wat is er aan de hand en wat doen we eraan? ’s Middags hebben we Ed nog gesproken, die vertelde dat hij jaren terug ook dezelfde operatie heeft ondergaan en dat ik zeker goed op moet passen dat het niet gaat ontsteken. Dat het er nu toch op lijkt komt misschien door die opmerking van hem? Hoe dan ook, ik maak we wel een béétje ongerust.
Op internet lees ik dat de wond ontsmet moet worden. Logisch, ik weet het. We halen de caravan en auto overhoop, op zoek naar een ontsmettend iets. Betadine? Natuurlijk zit er in geen van de drie verbanddozen (meer) iets dat er op lijkt. De ene bevat alleen maar naalden, destijds voor de reis naar Zuid-Afrika, in die van onze Volvo zit alleen maar verband en de derde is zo oud dat er nog nét een rolletje plakband in zit, uitgedroogd. Op de bonnefooi, zeiden we toch, maar dit is wel heel erg bonnefooi.
’s Nachts lig ik er wakker van en denk aan uitstel van vertrek. Als José ’s ochtends om half acht vraagt of ik de wekker wel heb gezet en hoe het met me gaat, doe ik haar het voorstel om nog even hier te blijven. Hier, waar we de taal nog een beetje kennen en er eventueel aanstaande maandag door een ‘echte’ dokter naar kunnen laten kijken. Misschien kunnen we vandaag, hoewel het zondag is, al wel wat Betadine ‘scoren’ ergens. ‘Is goed’, is haar reactie, ik zet de wekker uit en de rust is wedergekeerd, in ieder geval bij mij.
’s Ochtends meld ik, via een sms, aan Ineke dat we toch nog even willen blijven en wat onze plannen nu zijn. ‘Volgens Ed is Betadine zalf goed’, schrijft ze terug. Ik weet dat hij makelaar is en geen dokter maar waarschijnlijk spreekt hij uit ervaring. We krijgen tot woensdag middag om te blijven, dan komen er gasten voor de Bergerie en staan we ‘in de weg’.
Het dichts bij zijnde dorpje is Issigeac, 9km verderop. Op google zoek ik naar ‘Issigeac Apotheek’, en krijg drie resultaten, geen in Issigeac. De dichtsbijzijnde is in Bergerac, 14km hier vandaan, en gesloten vandaag. Dan bedenk ik me, ‘Issigeac Pharmacie’, en ja, die is er én open vandaag, vanaf half tien. Na het ontbijt rijden we ernaar toe en worden vriendelijk én in het Engels geholpen door de Apotheker (in het frans ‘Pharmacien’). Ook is er het hele jaar door op zondag een markt in Issigeac. Pakken we die ook nog even mee.
De kink is ‘ondervangen’, de plannen zijn gewijzigd. We vertrekken nu, met een slag om de arm, woensdagmorgen eindelijk naar Spanje, naar hopelijk warmer weer. Het is hier ‘s nachts namelijk best wel koud. Het dus zijn dat we dinsdag al vertrekken 😉