Het enige dat vooralsnog beweegt is de antibiotica in mijn voet. Hopelijk doet het goed zijn werk. Van Annie heb ik het advies gekregen om rustig aan te doen. Ook de op krukken lopende Friese overbuurvrouw op de camping, die net een nieuwe heup geïnstalleerd heeft gekregen, zegt: ‘Rustig aan, dat heeft tijd nodig’. Ze herhaalt wel 3 keer: ‘Komt wel goed’. Alsof ze zichzelf ook moed in praat. Daar houd ik me dan maar even aan vast.
Het blijft helaas bij één dagje San Sebastian. Een dag later hebben we nog wel een tochtje met de auto gemaakt door de omgeving, o.a. door het kustplaatsje Zarautz, zo’n tien kilometer westwaarts van hier, maar verder ‘moest’ ik rusten met mijn voet. ‘Om het eerst goed te laten genezen’, aldus Annie. Overigens lijkt het erop dat de wond wat rustiger wordt maar ook ík ben geen dokter dus we wachten nog heel even af.
Vanaf de boulevard in Zarautz zien we op een heuvel een camping liggen. Uit nieuwsgierigheid nemen we een kijkje. We spreken twee jonge mensen, die zich voorstellen als Bas en Annewil. Zij zijn in mei, net een maand eerder dan ons, met een camper vertrokken vanuit Nederland en hebben al half Europa doorkruist. Ze delen hun ervaringen en met name Bas is dolenthousiast over het vrije leven dat ze hebben. Annewil daarentegen klaagt nogal over het gebrek aan privacy op hun huidige camping en ziet er naar uit om in Januari weer naar haar ‘eigen’ huisje te kunnen in Harderwijk. Ze hebben, blijkt later als ik hun namen opzoek op internet, ook een blog bijgehouden. Ze doen nog wel een leuke tip, de ‘park4night’-app.
Veel meer maken we verder niet mee tot nu toe. Ik zit wat in een stoel met een hapje maar zonder (alcoholisch) drankje. Het is gelukkig mooi weer, tot vanmorgen. Onze plannen zijn alweer gewijzigd.
Aanvankelijk wilden we boven langs de kust, via het Guggenheim Museum in Bilbao om uiteindelijk een wit voetje te halen in Santiago de Compostella (dat is een grapje) en dan naar beneden langs de kust van Portugal enz. Gezien de weersvoorspellingen hebben we besloten om die ‘punt’ af te snijden en schuin door het binnenland te steken via Burgos, Salamanca naar Aveiro, net onder Porto aan de Portugese grens. Vandaaruit kunnen we richting Lissabon en zo verder.
Vanmorgen om half acht gaat de wekker af. Die is gezet omdat we ons vandaag willen verplaatsen naar Burgos. Eindelijk weer beweging. Het regent echter behoorlijk, zoals voorspeld weliswaar, maar om in dit weer de pootjes van de caravan op te draaien, is toch wel veel gevraagd. In tegenstelling tot José zou ik het er wel voor over hebben maar José oppert nog een dagje te blijven. Op mij heeft de regen gelijk een negatief effect. Ik word er op slag wat humeurig van. ‘Zonde van de dag, weer niets te zien, weer niets beleefd’. ‘Dan hadden we ook wel een dagje op en neer naar het Museum in Bilbao gekund’, opper ik nog voorzichtig. ‘Wat moet jij nu met één been in een museum?’. Hmm, zou ze samenspannen met Annie, tegen mij?
We blijven nog een dag.