Ik had me voorgenomen deze twee weken wat rustig aan te doen met het zoeken naar huizen en het maken van afspraken. Mede omdat het hele proces best wel vermoeiend blijkt. Niet alleen het zoeken naar woningen op internet, het maken van afspraken met makelaars en het bezichtigen van woningen kost veel tijd en energie, maar zeker ook de vele indrukken die je opdoet tijdens het gehele proces. ‘Is dit iets voor ons?’, ‘Zouden we hier willen en kunnen wonen?’, ‘Is het niet te groot? of te klein?’, ‘Waar ligt het?’, ‘Hoe ver is het van een supermarkt vandaan?’, ‘Ligt het niet té geïsoleerd?’, ‘Is er overlast van de buren’, ‘Hoeveel extra investering is nog nodig’, ‘Willen we wel zoveel geld uitgeven?’, ‘Hebben we echt een zwembad nodig?’, enz. enz.
We zijn geneigd om snel te oordelen. ‘Dit wordt hem niet, veel te onhandig’. Na een aantal nachtjes slapen echter, merk je dat je er alweer anders over denkt en iets wat je eerder hebt afgeschreven, toch weer opnieuw in overweging neemt. Je neemt de hele vragenlijst nogmaals door. Het lijkt af en toe wel een rollercoaster. Het is daarom maar goed dat we er dagen tussen hebben zitten dat we wat minder doen. Uitslapen, zwemmen, eten, drinken, rusten, nadenken …
Voorbeeld: ‘Het huis is zo’n 10 á 15 minuten hier vandaan’, zegt Walter, de makelaar waarmee we deze keer een afspraak hebben. ‘Rij maar achter mij aan’. Zo gaat dat meestal. We rijden vanaf het plaatsje Issac, waar we hadden afgesproken, richting het ‘Maison sans voisin’ in Sourzac. Dat wil zeggen, daar ergens in de buurt. We weten, zoals vaak, niet precies waar en hoe het ligt. We rijden volgens mij een ‘binnen-doortje’ en na al slingerend twee keer de snelweg te hebben gekruist, rijden we een zijweggetje in, dat al snel veranderd in een bospad. We zitten midden in een bos. Dichte begroeiing, met allerlei verschillende typen bomen, varens en andere planten. Er is nauwelijks door heen te kijken. Het lijkt wel een jungle, heel apart.
We kronkelen bocht na bocht over een pad waar een 4WD niet zou misstaan. Onze Volvo lijkt niet helemaal op zijn plek maar worstelt zich toch, al hobbelend uiteindelijk, moeiteloos over een kiezelpad waarvan ik me afvraag of het bij slecht weer wel begaanbaar is. Na 15 minuten bereiken we ons doel en ik begrijp ineens de uitdrukking ‘sans voisin’ – ‘zonder inkijk’.
We zijn bij een open plek van zo’n 6500m2, midden in een ondoordringbaar bos, ergens in Frankrijk. Een oprijlaan van grind leidt het oog naar een mooi, idyllisch uitziend huis in een wereld van rust. Een zwembad erbij, een mooie aangelegde tuin met veel bloemen, goed onderhouden luiken bij de ramen, een garage, meerdere dakkapelletjes een overkappinkje. Alles lijkt top.
De makelaar gaat ons voor naar binnen, nadat we door de Engelse eigenaresse zijn verwelkomd. Van binnen is alles netjes. Het is wel wat gedateerd, dat wil zeggen, het interieur was 15 jaar geleden waarschijnlijk helemaal in. Nu is het niet meer onze smaak en moet eigenlijk een update hebben. Wel is het allemaal netjes en schoon. Dat is uitzonderlijk. Ik denk dat het tot nu toe, het netste huis is dat we gezien hebben. Het is dan ook van Engelsen en niet van Fransen. Die hebben hele andere ideeën over hoe je een huis voor een verkoop moet presenteren. Deze mevrouw heeft voorafgaand aan ons bezoek, duidelijk overal een doekje overheen gehaald en alles ziet er keurig uit. We doen nog een rondje, zonder makelaar, en na zo’n anderhalf uur nemen op de overkapte parkeerplaats voor 2 auto’s, die ook bij het huis hoort, afscheid van Walter en spreken af hem z.s.m. te laten weten wat ons oordeel is.
Op hetzelfde bospad terug, gaat een deel van de vragenlijst weer door ons hoofd: ‘Is dit iets voor ons?’, ‘Zouden we hier willen en kunnen wonen?’, ‘Is het niet te groot? of toch te klein?’, ‘Ligt het niet té geïsoleerd?’. De vragen blijven vooralsnog even onbeantwoord.
We bezoeken aansluitend de dichtstbijzijnde grotere plaats Mussidan. Dat ziet er ‘vervallen’ uit. Fransen hebben weinig met de buitenkant van een huis, zo lijkt het. Als we her en der naar binnen kijken dan zien we echter toch hypermoderne winkelinterieurs. Toch zijn er ook opvallend veel panden gesloten of verlaten. Mussidan lijkt vergane glorie, tenminste voor zover wij kunnen beoordelen. ‘Gaan we hier ons brood halen ’s ochtends?’, ‘Waar dan?’, ‘Is hier wel wat te doen?’, ‘En hoe is het hier dan ’s winters?’. We stappen de auto weer in en nemen de vragen samen door. Onze conclusie: Het huis staat té geïsoleerd en in een té armoedige omgeving. ‘Zo leren we nooit Frans, en trouwens, zou het echt nodig zijn, dat elektrische draad rondom de tuin tegen de wilde zwijnen en dat jachtgeweer dat in de woonkamer stond?’
Gelukkig komen we op de terugweg langs een restaurantje waar we kunnen lunchen. De eigenaar is typisch Frans, vinden wij. ‘L’Auberge de Jaure’ heeft een klein terras aan de voorkant met schaduwdoeken en één grote Heineken parasol. Er staan zo’n 5 of 6 tafels waarvan er nog twee vrij zijn. Op de vraag of we gereserveerd hebben, zeggen we: ‘no?’. Het blijkt een grapje van de eigenaar. Ik hoor hem ‘stiekem’ roepen naar de keuken, iets van ‘… arrive deux L’Hollandaize ..’ We mogen plaats nemen waarna hij vraagt of we Frans praten. We proberen het, maar hij probeert evengoed in het Engels uit te leggen dat er een dagmenu is, dat bestaat uit …. ‘Oui, c’est oke’, is onze reactie en wachten af.
We krijgen als vooraf een salade met sla, tomaat en warme eendenborststukjes in een dressing van ?, begeleid met brood en een fles water. Daarna een bord tagliatelle met kip in een soort kerrie saus met boontjes. Als toetje is een aardbeien-soupe bedacht. Dit alles wordt weer begeleid door een karafje rose. Het wordt vriendelijk en op een prettig, niet gehaast tempo geserveerd en het smaakt ons uitzonderlijk goed. We sluiten dit menu af met een kopje café-allongè.
De eigenaar maakt telkens als hij iets serveert een praatje met één van zijn gasten. Ik denk dat het veelal bekenden zijn die hier vaker komen. ‘Zo hoort het’ zeg ik tegen José, ‘een eigenaar die aandacht besteed aan zijn klanten en geniet van wat hij doet’. Af en toe schuift hij aan bij een tafel en praat dan over … ? Tja, dat gaat zo snel, zo goed is mijn Frans nog niet. Maar dat het gezellig is en dat klanten het waarderen is duidelijk. Er wordt tussendoor veel gelachen en genoten. Na zo’n anderhalf uur, op weg naar de auto, vraag ik aan José: ‘En?, wat moest je nu uiteindelijk afrekenen?’. ’35 euro’, zegt José. ‘Hé, dat kan toch niet’. ‘Ja, echt !’. Volgende week rijden we er nog een keer naar toe, spreken we af.
Gisteravond: ‘O wauw, ja maar, ok, euh, maar hoe gaat dat dan met de vermogensbelasting en zo?’ Ik hoor in de reactie van onze buurman vele emoties. Enthousiasme, nieuwsgierigheid, waardering, jaloezie misschien wel? ‘Ja, wij zijn er ook wel eens mee bezig geweest.’ Hij kijkt zijn vrouw aan maar in haar reactie schuilt vooral dat hij met ‘wij’, voornamelijk ‘ik’ bedoeld. Hij reageert op ons verhaal dat wij niet naar ‘huis’ hoeven, terwijl zij hun spullen aan het inpakken zijn, en dat we hier eigenlijk zijn om een huis te kopen. ‘Dus jullie zijn echt aan het emigreren?’. ‘Ja’, bevestig ik, ‘we zijn druk met het maken van afspraken met makelaars en bezichtigingen’, vervolgen we onze toelichting. ‘Ja maar, euh, hoe werkt dat dan?, hebben jullie dan een makelaar?, en wat zoeken jullie dan?’. ‘Wij kijken ook wel eens om ons heen’, ‘en, euh, hoe zit dat dan met ziektekosten?’. Hij zit duidelijk vol met vragen. Te veel om zomaar even te beantwoorden. We doen een poging maar het is best veel. ‘Goed verhaal hoor’, sluit hij af, zich waarschijnlijk realiserend dat hij vanavond toch niet de antwoorden krijgt op alle vragen die hij heeft.
Vanmorgen, nadat de laatste koffer in hun auto verdwijnt, komen ze nog even afscheid nemen. ‘Misschien moet je er eens over nadenken om een blog te beginnen’ zegt hij. ‘Er zijn vast veel mensen die het leuk vinden om te lezen hoe dat allemaal gaat.’. ‘Ik zou het wel willen lezen’, zegt hij. José, reageert snel, ‘nee, nu nog niet maar je weet nooit’. Om nu al direct te melden dat hij op steijlen.nl moet kijken, daar moeten we nog even over nadenken. Dan leest niet alleen hij, maar ook anderen hoe we over ze denken. Maar ach, hoe erg is dat eigenlijk?
Het blog staat natuurlijk nu ook al op het Wereld Wijde Web, en is openbaar voor iedereen leesbaar, als je het weet te vinden. Maar of wij nu de ‘Meilandjes’ achterna willen gaan? Hoewel? Die boeren toch helemaal niet zo slecht, zou je zeggen. ‘Maar jij kunt niet zo gillen als die Martien’, zegt José terecht. Er zijn mensen die verdienen geld met het schrijven van een blog. Is dat beter dan het runnen van een Chambre d’Hotes of Gite? Hmm, we zullen er eens over nadenken, 😉
‘Veel mensen, misschien wel net als jij, laten zich tegenhouden door dat soort vragen’, zeg ik nog tegen mijn buurman. ‘Gewoon doen, dan krijg je vanzelf antwoord’, hoor ik mezelf zeggen. Ik schrik er zelf een beetje van. Misschien wel omdat ik ook nog heel veel vragen heb. Veel is ook nog onduidelijk. Feit is echter wel dat al een hoop vragen zijn beantwoord. Gewoon, door het gedaan te hebben. ‘Wat kan er fout gaan?’