De camping die we uitgezocht hadden om naar toe te gaan in El Ejido was vol (met Duitsers). Er was voor ons nog één plekje voor maximaal twee nachten. We rijden dus door. We komen uit bij een camping in Cabo de Gata. Het ligt in een natuurpark rechts van Almería. Je zou zeggen het meest zuidoostelijke puntje van Spanje maar daar is hier geen notitie van te vinden. Zelfs niet in het Lannoo’s autoboek waar wél, na raadpleging blijkt, lyrisch geschreven wordt over de kust van Cabo de Gata. Wat we wél zien, vanaf dat we langs de kust rijden al, zijn plastic kassen. Het worden er steeds meer en meer. Almería ligt opgesloten tussen de plastic kassen. Verschrikkelijk om te zien. Daarover echter niets in het Lannoo’s autoboek. We zijn benieuwd wat hier dan zo mooi zou moeten zijn.
Allereerst, onze camping, die ligt naast een complex met plastic kassen en door de harde wind is een deel daarvan kapotgewaaid. Het wapperende plastic horen we tot diep in de nacht. Als we de volgende ochtend een wandelingetje willen maken naar het strand wordt pas echt duidelijk wat voor een bende het hier is. Het kapotgewaaide plastic is naast allerlei andere rotzooi terug te vinden in bosjes en struiken langs het pad.

Een ritje door de omgeving levert ons een beeld op van een kaal en desolaat landschap. Als we het, volgens Lannoo’s autoboek fraaie en bedrijvige vakantieoord San José aandoen, blijkt het daar uitgestorven stil.
Het sanitair van de camping is echter schoon, het water is warm, het weer is goed (op de harde wind na), en volgens ons Lannoo’s autoboek regent het hier maar 25 dagen per jaar. Dus, we blijven nog even, ook omdat het nergens beter weer is als hier, op dit moment.

De wind is gaan liggen, de lucht strakblauw. Heerlijk weer voor een dagje Almería, mét jas, dat wel. (Het is ong. 16 graden) We wandelen o.a. door de ‘oude’ stad maar zien toch ook moderne gebouwen en hippe jongeren. We komen uit bij het Alcazaba (kasteel). De toegang blijkt vrij, het wordt gerestaureerd, dat zal de reden zijn? Er staat in de tuinen méér in bloei dan in het Alhambra in Granada maar van de versieringen aldaar is hier niets behouden. Des al niet te min levert het een mooie wandeling op en prachtige vergezichten over de stad en de omliggende bergen.

Voor de lunch zoeken we een lokaal met lokalen op. We komen terecht bij ‘Cervecería Alcazar’ De ober/eigenaar spreekt alleen maar Spaans. Tja, wat te bestellen? Om ons heen zitten ‘lokalen’ die kleine hapjes voorgeschoteld krijgen. Die willen wij ook maar wát bestel je dan? We krijgen naast de Spaanse ook een Engelse menukaart geserveerd maar ook daar worden we niet veel wijzer van. Ik bestel eerst maar eens een Cerveza, dan weet ik wat ik krijg. José wist al eerder hoe je een Vino tinto bestellen moest, ook die wordt geserveerd.
Aan de muur hangen diverse krijtborden met tapas gerechtjes. Allemaal in een voor ons, nog steeds onbegrijpelijk taal. We maken uiteindelijk toch maar een keuze uit de Engelse menukaart. De gerechten zijn genummerd. José neemt nummer 43, ik nummer 31. We doen halve porties. De ober moet in de Spaanse kaart kijken hoe de gerechten heten en neemt dan de bestelling op. ‘Mucho Grasias’.
De gerechtjes, voor de andere gasten, komen razendsnel, achter elkaar, uit de keuken. Korte tijd later komt ook onze bestelling op tafel. ‘José wat had jij dan besteld?’, vraag ik als ik haar bordje zie. ‘Ik geloof iets met gamba’s, maar wat heb jij?’. Geen van beide gerechten zien er bekend uit.

Ik schiet de ober aan als ik niet zeker weet hoe we het eten moeten consumeren. ‘Todo, si, si, todo’, is het antwoord van de ober. Ok, gefrituurde garnaaltjes met kop en staart én mét oogjes en al 😉 Ze zijn heerlijk (volgens José). Ook mijn dis, ‘squid stew’, smaakt heerlijk. Wél moet ik duidelijk nog steeds wennen aan hóe en wát Spanjaarden hier eten en op wélk moment.
Onderweg naar ‘huis’ nemen we vanaf Almería de route langs de kust. Om even het strand te ‘voelen’ parkeren we de auto in de duinen en wandelen richting water. Hier wordt onze beleving van deze streek wederom bevestigd. Desolaat en eenzaam. En deze duinen, net buiten Almería, lijken wel een dumpplek voor troep. Wat een zooi, echt zonde.
Hoi Eric en José, wat een l
Prachtige foto weer. Mooi dat jullie in elke dorp/stad waar jullie
verblijven, daar ook dan gaan kijken.
Het is er dan niet echt warm met 16 graden, Hopelijk wordt het allemaal lekker warm.
Is er nog een specifieke locatie waar jullie naar toe willen gaan?
Ik geniet van jullie verhalen en ook enorm leuk geschreven (smile)
Hoi Eric en José,
Leuk dat jullie overal de omgeving verkennen en zo ook langzaam leren hoe en wat en wanneer Spanjaarden eten. Dat bordje met gamba’s ziet er heerlijk uit. Naampje onthouden voor de volgende keer dat jullie gaan eten; zo wordt jullie woordenschat (wat lekkernijen betreft althans) steeds groter. Overigens cerveza en vino tinto gaan al goed; voordat jullie de franse grens weer passeren spreken jullie vloeiend spaans. Wordt het dan toch nog een huis in Spanje…….
Ja, het gaat wel steeds beter met het Spaans, in ieder geval om ons duidelijk te maken. Je moet ook gewoon een beetje lef hebben, heb ik gemerkt. We hebben nog even om te oefenen 😉 Of het ooit goed genoeg gaat worden om hier te gaan wonen ….