We hebben afgesproken met Edward bij het station in Siorac en Périgord. Hij rijdt in een zwarte Mercedes, laat hij me weten via de mail. Als we aan komen rijden staat Ed, zoals hij zichzelf voorstelt, er al. Hij heeft op dezelfde middelbare school gezeten als ik, ontdekken we tijdens de kennismaking. Ook hij zat op de Hofstede MTS te Hengelo maar dan wat jaartjes eerder. Toch schept dat een band. Ed woont al 13 jaar in Frankrijk maar praat ‘gewoon’ Nederlands, da’s fijn. Wél hoor je nog steeds zijn Twentse tongval. Ook dát schept een band. – Hoewel ik natuurlijk uit de achterhoek kom, da’s toch wat anders. – Het is de heetste dag van de week, 41 graden.
In zijn beschrijving van de eerste te bezoeken woning had hij nog zo geschreven “Mijnheer wil niets aan de tuin doen en dat is ook wel te zien, het is er momenteel een jungle, maar de plek is prachtig!” Terwijl ik in mijn korte broek en José op haar slippertjes en jurk ons een weg banen door bramenstruiken en verdere jungle rondom het huis, bespreken we de “waarschijnlijkheid” dat mijn broer zou willen helpen, hier iets fatsoenlijks van te maken. We laten het even in het midden. De plek is inderdaad heel mooi. Het vertrouwen in Ed is gelegd, hij liegt niet.
Daarna hebben we een afspraak met Liesbeth. We spreken af in St Cernin de l’Herm, een dorpje vlakbij Villefranche du Périgord. De exacte plek van het huis is ons dan nog onbekend, evenals de ligging of veel andere details. Dat is gebruikelijk in Frankrijk. Hier wordt een huis vaak door meerdere makelaars verkocht, tenminste dat proberen ze. Overigens niet zelden met hele vage foto’s. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Je committeert jezelf aan de eerste makelaar waarmee je huis gaat bezichtigen middels een ‘Bon de Visite’. Die ondertekenen we dan ook samen met Liesbeth, geen probleem. Afijn, dit huis ziet er mooi uit en is instap klaar maar is te benauwend voor ons.
Een uur rijden verderop staat het laatste huis voor die dag. We ontmoeten Ed opnieuw bij de Presbytère in Queyssac. Hij schrijft: “super restaurant, helaas gesloten op maandag”, grappig toch, hij heeft ook nog een beetje humor. Hij is er samen met Ineke zijn vrouw, tevens zijn secretaresse, steun en toeverlaat. Aangekomen bij de woning, die ook nieuw is voor hun, worden we even stil. Dit is wat we zoeken, tenminste …
In het huis hebben op het laatst een aantal zussen gewoond. Ieder had haar eigen ‘leefomgeving’. Inderdaad, het huis is groot én de laatste zus is heengegaan. Een erfenisgevalletje. Na de bezichtiging concluderen we voorzichtig dat dit huis wellicht té groot is voor ons tweeën.
Woensdagochtend gaan we opnieuw op pad met Liesbeth. Die is aanvankelijk moeilijk te vinden in het toch kleine dorpje waar we hebben afgesproken. We moeten zijn in Ste. Alvére. Als we het dorpje binnenrijden staat er “Val de Louyre et Caudeau” op de plaatsnaambordjes. Is dit het goede dorp ? We worden gebeld, slecht en later helemaal geen bereik in dit gehucht. Dat voorspelt niet veel goeds.
We worden in het huis rondgeleid door de eigenaresse, een Engels sprekende mevrouw. Heel aardig maar we geloven niet zomaar alles wat ze allemaal verteld. Ze verteld dat ze 6 uur doet om de hele tuin op haar zitmaaier te maaien. Dát geloven we wel, het is een enorm stuk land. Het huis is ook mega en ernaast staat nog eens een hele woning, splinternieuw, nog nooit gebruikt. Deze staat op papier aangekondigd als Gite maar is feitelijk een complete woning. Bijna nog groter dan onze ‘oude’ woning op de Utrechtseweg.
Het geplande kopje koffie bij het plaatselijke restaurant wordt een lunch met alleen een voorgerecht. In Frankrijk drinken ze helemaal geen koffie om 12:00 uur ’s middags. Dan lunchen ze en nemen er doorgaans ruim de tijd voor. Die tijd hebben we niet. Wij zijn duidelijk nog niet goed ingeburgerd en hebben haast want onze volgende afspraak is over 20 minuten in Lalinde, een half uurtje rijden hier vandaan.
Ook dit huis bekijken we met Ed en zijn vrouw Ineke en heeft ook een ‘6 uur zitmaaier tuin’ en óók nog een stuk bos erbij. Verscholen achter de bosschages ligt het op loopafstand van het dorp Lalinde. Het huis is groot genoeg maar is gek genoeg maar half in gebruik én heeft nogal wat achterstallig onderhoud. De ronde trap die naar de eerste verdieping leidt heeft geen leuning. Bovenaan de trap ontbreekt de vloer. Ruw beton, leidingen, balken en verder één grote leegte. Het huis is al 40 jaar in bezit van mevrouw, oerdegelijk gebouwd door haar man, maar nooit afgemaakt. Zonde. Het jaren 70 interieur, dat vooral zijn gezicht laat zien in de badkamers en het toilet, zit er nog steeds. Er is wel een groot zwembad bij maar na inspectie van Ed blijkt de zwembadinstallatie gedateerd en niet meer bruikbaar. Ook hier hebben we waarschijnlijk Ronnie weer nodig voor de tuin, de serre kan gesloopt etc. Kortom: vooralsnog is dit niet onze favoriet.
Later blijkt dat ‘meneer des huizes’ zo’n 15 jaar geleden is vertrokken en mevrouw is ‘blijven hangen’. Na de bezichtiging, al napratend, concluderen we op de oprit met z’n vieren dat mevrouw het uiteindelijk na 15 jaar duidelijk geworden is, dat haar man niet meer terug zal komen. Dat is gezien de huidige status van het huis en de tuin ook wel begrijpelijk. Dat zou ik ook niet doen.
Leuk hoor al die bezichtigingen. Zo kom je nog eens ergens. 😁
Jaaa, we maken van alles mee 😉