Tijden veranderen. De camping verandert. Dat wil zeggen, het is deze week aanzienlijk drukker geworden. Derrick heeft gelijk gehad. De stoelen bij het zwembad zijn regelmatig allemaal bezet. Iedereen zit onder een parasolletje óf niet. De rust is verdwenen. Het is ‘onrustig’ geworden. De lege plekken om ons heen zijn gevuld met voornamelijk jonge gezinnen met vooral jonge kinderen. Inmiddels weten we dat er een Ruben, een Tim, ene Daan, Noah, Iris en nog vele andere kinderen zijn op de camping. ‘Niet doen Ruben’, ‘We gaan zo eten Ruben’, ‘Ruben wat zei ik nou’, ‘Ruben nog drie keer springen en dan gaan we’, ‘Ruben luisteren nu !’ enz. enz. Dat er ook veel papa’s en mama’s zijn is overduidelijk. De hele dag hoor je ‘Papa’, ‘Mama, kijk !’. Ook is er veel leed en verdriet, te horen aan het vele ‘gehuil’ her en der. Doodmoe zou je ervan worden.
Sommigen zijn alléén op de camping. Tenminste zo gedragen ze zich. Ze maken lawaai, schreeuwen tegen elkaar, zeggen geen boe of bah, springen ‘bommetje’ vlak naast je in het zwembad. Het is hoogseizoen, de campings staat nagenoeg vol, voornamelijk met Nederlanders. Wij zijn het niet gewend maar nemen zoals het komt. ’s Avonds keert de rust dan gelukkig meestal weer terug.
Er zijn er ook die wél rekening met elkaar houden. Sommigen zijn vriendelijk. Daar wissel je bij het passeren een ‘Goedemorgen‘ of soms een ’Bonjour’ mee uit. Met sommigen maak je een wat langer praatje. Om misverstanden te voorkomen krijgen ze van ons al snel een naam: Die ‘Adhd-er’, ‘Die Fransen op de hoek’, ‘De overburen’, ‘Die van die zwangere’, ‘Die met dat kind op dat fietsje’, ‘De buren van Tim en Daantje’ en natuurlijk ‘Marleen’. Ach het heeft ook wel wat. Dat hoort bij het campingleven. Even doen alsof je elkaar goed kent maar dan ook weer terug naar je ‘eigen plek’.
We bezoeken Château de Castelnaud vandaag. We zijn lekker vroeg, de parkeerplaats is nog nagenoeg leeg, een raar gezicht. We kijken rond in het indrukwekkende kasteel, dat in de 13e eeuw het machtigste kasteel van de hele Perigord is geweest. Het staat op een geweldige plek met een prachtig uitzicht over de Dordogne vallei en tegenover het rivaliserende kasteel van Beynac. Het herbergt ook een museum over oorlogvoering in de middeleeuwen. Indrukwekkend. Even voel ik me net een echte ridder. We lopen rond in de kamers en ‘hé’, daar heb je ‘Die nieuwe die achter ons staan’. We draaien ons om, dat hoeft nu even niet. Bij de put, van 46 meter diep, ergens in het kasteel, zien we ineens ‘De overburen’, daar maak ik fatsoenshalve maar een praatje mee. ‘Indrukwekkend hé, zo’n kasteel’, ‘Ja leuk voor de kinderen’, ‘Ja zeker’, ‘Zijn jullie al …’
Tijdens de lunch, in een restaurantje nét buiten het kasteel, komen we ze weer tegen. Op het terras hoor je voornamelijk Nederlands. Bij het naar buiten gaan hoor ik ineens ‘Hé, dat zijn die van de camping’. Ik kijk om, het zijn ‘Die van die slome kinderen’. Blijkbaar had vandaag iedereen hetzelfde ‘dagje-uit’ gepland. Als we de auto ophalen herken ik de vader van ‘Dat jongetje op de fiets’. We rijden snel naar de camping, ‘dan hebben we het zwembad voor onszelf’. Maar nee hoor, helemaal vol. We hebben vandaag voor het eerst niet gezwommen.
Oh ja, en dan nog even dit: Gisteren hebben we Christophe ontmoet. Hij komt net na 5 uur ’s avonds, iets te laat, aanrijden bij La Poste in Saint-Cypriën, een dorpje op zo’n 15 minuten van onze camping. Mijn vermoeden is dat Christophe zich, na zijn werk, in de rol van makelaar transformeert. Tijdens de bezichtiging van het huis waarvoor we hem hebben benaderd, oppert hij een ander huis. Waarschijnlijk omdat hij zelf ook wel aanvoelde dat dít niet het geschikte huis voor ons is. Hij heeft weliswaar (nog) geen mandaat om het huis te mogen verkopen maar ‘we kunnen allicht een kijkje nemen’ zegt hij. Brutaal, maar misschien werkt het. We rijden achter hem aan. Tijdens de rit nemen we wat serieuze haarspeldbochten naar boven en eindigen voor een poort. We zien, aan het eind van een oprijlaan, een mooi groot Perigorian huis met ongetwijfeld een fantastisch uitzicht. ‘Is dit het juiste huis? dat kan haast niet.’
Boven, tegen de helling aan, verschijnt een vrouw, gewikkeld in een handdoek. Ze komt net uit, het bij het huis horende zwembad en vraagt (waarschijnlijk) ‘wat moeten jullie hier’. Ik versta het niet. Christophe wel en antwoord en wisselt wat woorden met haar. Dat we niet welkom zijn begrijpen wij al snel, ook zonder onze Franse taallessen. De vrouw is een Parissianne, verklaard hij. ‘Die kochten zo’n twee jaar geleden allemaal dit soort huizen maar vervelen zich in de winter en zien er dan weer vanaf’.
Hij beloofd zijn best te doen om, later deze week, toch het huis aan ons te kunnen en vooral mogen laten zien. Eenmaal op de camping vinden we het huis ‘exclusief’ aangeboden bij een andere makelaar. Exclusief wil zeggen dat een eventuele verkoop alleen via deze makelaar verloopt. Dat zou zelfs Christophe moeten weten. We zien op de foto’s dat er weliswaar nog heel veel aan gedaan moet worden maar de prijs is redelijk. We geven Christophe een kans en wachten zijn pogingen even af deze week. Tenslotte, een brutaal mens …. en wat als ie Frans is. We zijn heel benieuwd.
Dag José en Eric,
Voor de ‘wat oudere kampeerders’ (Nog gefeliciteerd met je verjaardag) zijn de maanden juni en september het meest geschikt, nu is het de beurt aan de gezinnen en vanaf 1 augustus “de Fransen”. 😀
We wensen jullie een goede werkvakantie en veel succes met de huizenjacht.
Groet Annie en Albert