Zoals elke avond, overigens ook elke ochtend en in de middag, doen we de afwas in het ‘afwashok’ bij het zwembad. Een meneer, die voor ons nieuw is en daarom nog geen naam heeft, breekt in, in ons gesprek. Hij vertelt ons over de Marché Nocturnes die ze hier in de omgeving organiseren. ‘Heel gezellig’, zegt hij. Je hebt daar van die lange tafels waar je met z’n allen aan zit. Als je je eigen bord en bestek meeneemt, kun je her en der lekker eten halen en gezellig met een glaasje ‘eigen’ wijn genieten van livemuziek en ‘de avond’.
De Vide Greniers kennen we maar op internet zien we dat er inderdaad ook ‘avondmarkten’ worden georganiseerd, ook wel ‘Marché Gourmand’ genoemd. Vanavond is deze, zoals elke woensdag in het hoogseizoen, in Belvés. Belvés is een klein middeleeuw stadje op een klein halfuurtje rijden hiervandaan. Dat is te doen. We besluiten daar ’s avonds naar toe te gaan en een kijkje te nemen.
Het is nog steeds warm. ‘s Morgens doen we het rustig aan en in de loop van de ochtend wagen we ons aan een kleine wandeling. Een ‘klein rondje’ mond uit in een wandeling, achter langs de camping, bult op, richting Beynac. Daar staat het kasteel waar je vanaf de camping op uit kijkt. Tenminste als je een goede plek hebt. Die hebben wij niet, zoals bekend. We troosten ons, want als we naar die Duitser hadden geluisterd hadden we het kasteel ook niet kunnen zien. Afijn, onderweg komen we langs een, te koop staande woning, die Claudine ooit voor ons heeft bezocht. ‘Klein Versailles’ heet de B&B. Destijds op de video, die Claudine voor ons in een live verslag heeft laten zien, leek het meer op ‘Vergane Versailles’. We lopen verder.
Het uitzicht bij het Kasteel van Beynac is, net als vanaf Château Castelnaud, prachtig. Een mooi zicht op een groot deel van de Dordogne vallei. En vanzelfsprekend, ook zicht op de camping, logisch toch. Het is er druk, winkeltjes zijn open, ijsjes zijn te koop, mensen kijken hun ogen uit, gezellig. We nemen de steile weg naar beneden, tussen de pittoreske huisjes door, waar menig ‘toerist’ nog naar boven sjokt, op weg naar het uitzicht. Ik hoor een moeder de geruststellende woorden tegen haar zoontje zeggen ‘nog even we zijn er bijna’. Wij zijn dan al bijna beneden. Weet zij veel.
Met bordjes, bestek, glaasjes en een flesje rode wijn verpakt in een tas, begeven wij ons rond half 7 ’s avonds naar Belvés. Op naar de Marché Gourmand. Ik heb een beeld voor me van zo’n gezellig plein met lange tafels, vol fransen, waar iedereen dicht op elkaar naast elkaar zit en deelt van de flessen wijn die op tafel staan. Stokbroodjes met brie, desnoods Paturain of Boursin, Lekker eten en fijne Franse muziek, tot laat in de avond. Dat blijkt al snel, inderdaad, erg naïef en een veel té romantisch idee.
Aangekomen in Belvés blijken we uiteraard, niet de enige. De parkeerplaats is helemaal vol en we zetten onze auto ‘ergens’ langs de weg, aan de rand van het dorp. Of het mag, geen idee. We lopen, heuvel op, naar de Marché. We komen aan op een pleintje met een grote markthal in het midden, omgeven door mooie oude gebouwen. Dat wél maar we zijn niet alleen. Alle tafels zijn vol, blijkt na drie rondjes rond het pleintje. Aan de rand staan de eetkraampjes. Sommige met rijen mensen ervoor met in hun hand een bordje voor het eten wat ze gaan halen. Anderen hebben het al lang op maar blijven zitten. We vragen ergens of we aan kunnen schuiven maar dan blijkt dat het plein gevuld is met voornamelijk Nederlanders die niet gediend zijn van gezelschap. Jammer.
Hamburgers met friet, Paella, Kip met aardappeltjes, Wraps maar toch ook Crêpes en lekkere gebakjes als toetje! Heel veel authentiek frans eten komen we echter niet tegen, evenals fransen, de brie en we zien ook geen Canard. Hét lokale gerecht. Muziek is er wel. Na het lokale muziektalent op een gitaar, die eerst wat country en western zingt en daarna toch ook nog twee of drie Franstalige nummers ten gehore brengt, neemt een DJ het over en horen we o.a. ABBA en Michael Jackson, muziek uit de jaren 80. Toch is het wél gezellig. Het heeft wel wat maar het is wel erg commercieel en het heeft (nog?) weinig te maken met Franse romantiek.
Wij besluiten een bordje Paella te bestellen, bij één van de vele kraampjes en mogen plaats nemen aan een klein tafeltje, zo’n frans metalen bistro-setje, op het terras naast de kraam. De bediening spreekt vloeiend Engels, dus we bestellen ’two beer’ en krijgen dat even later in een plastic bekertje aangereikt. Tijdens het eten kunnen we ‘mensen kijken’. Wát een volk. Om een uur of half 11 rijden we in het donker terug naar de camping.
Dat was gisteren. Vanavond worden we ‘getrakteerd’ op 8 of 9 luchtballonen die over de camping ‘varen’. Ze stijgen dicht bij de camping op en komen rustig, hoog of laag, over de camping heen. We horen ze ook elke ochtend om een uur of 7. Je hoort het dan aan de gasvlam. Je weet gelijk de tijd. Iedereen die nieuw is op de camping springt op en kijkt omhoog. Kinderen roepen; ‘kijk mama, een luchtballon, ik tel er al 3’. Mensen die hier al langer zijn, kennen het ritueel en kijken niet meer op-of-om. Ik heb ze ook al vaker gezien, maar toch vind ik het nog steeds de moeite waard om even van mijn stoel te komen. José pakt zelf de verrekijker erbij. Mooi toch. Meestal zijn het er een stuk of 4 maar vanavond zijn het er veel meer. Het is dan ook nog steeds, erg mooi weer en het is mooi om te zien.
Na een lekkere eigengemaakte avondmaaltijd en koffie toe is het tijd om de dag af te sluiten.
Het hoogseizoen is duidelijk niet jullie ding. 😂
En hoezo wassen jullie 3x per dag af. Vraag me af wat jullie allemaal vies maken. 🤔😁