Op de camping maken we kennis met Anita en later ook met Chris, haar partner. José raakt in gesprek met Anita en al snel komt, onder het genot van een kopje koffie, haar levensverhaal in beeld. We hebben gedrieën een open gesprek over van alles en nog wat. Hoe het is om in een caravan te leven, leeftijdsverschillen, keuzes die worden gemaakt in het leven, familierelaties, enz. Het klikt en we hebben een leuk en lang gesprek.
’s Avonds komen Anita en Chris vragen of we zin hebben om ‘morgen’ samen te lunchen o.i.d. Omdat wij voor de volgende dag, donderdag, via internet (dure) kaarten hebben besteld voor ‘Ciutat de les Arts i les Ciències’, en de hele dag daar voor uit willen trekken, spreken we af voor een etentje in de stad, aansluitend aan ons uitje.
Ciudad de las Artes y las Ciencias (CAC), oftewel de Stad van de Kunsten en de Wetenschap, is een van Valencia’s meest toonaangevende bezienswaardigheden. Het is ontworpen door Santiago Calatrava, een uit Valencia afkomstige architect. Het gebouwencomplex is gelegen in het Jardín del Turia (Turiapark), midden in het hart van Valencia, en beslaat hiervan ongeveer 2 km². Het bestaat uit zes verschillende gebouwen. Dit futuristische gebouwencomplex dankt zijn bekendheid aan de bijzondere architectuur.
Het complex gaat om 10:00 uur open. Ik heb de avond ervoor wat onderzoek gedaan via internet en voor één van de ‘gebouwen’ die we willen bezoeken, ‘L’Oceanografic’ wordt geadviseerd zo’n vier uur uit te trekken. Daarnaast hebben we kaartjes voor ‘Museo de la Ciencias Príncipe Felipe’ en voor ‘L’Hemisferic’, waar we om 17:00 uur worden verwacht. We gaan daarom vroeg met de bus naar de stad en arriveren daar ruim op tijd. We moeten wachten voor we naar binnen mogen dus lopen nog even op ons gemak tussen de gebouwen en ‘verwonderen’ ons over de rust en schoonheid van deze plek.

We beginnen bij ‘L’Oceanografic’ :
L’Oceanogràfic is een openbaar aquarium in de Spaanse stad Valencia. Het is een onderdeel van het Ciutat de les Arts i les Ciències en richt zich op zee- en kustdieren. Het geldt als het grootste aquariumcomplex van Europa met 40.000 dieren behorend tot 500 soorten. L’Oceanogràfic werd op 12 december 2002 geopend. Het aquarium werd ontworpen door Félix Candela.

Het is een soort dierentuin maar dan onder water. Het is een groot complex met ‘ondergronds’ enorme aquaria met nauwlelijks te vinden kwalletjes en kreeftjes maar ook met grote haaien, roggen en dolfijnen. ‘Bovengronds’ zijn veel vijvers en plekken voor schilpadden, vogels én krokodillen.

Via nummers (1 t/m 15) loop je in een mooie en zonnige omgeving van het ene naar het andere ‘gebied’, waar de flora en fauna te bekijken is die in dat gebied leeft.

Soms ga je helemaal naar beneden om dat wat je boven water hebt gezien nog eens van onder water te kunnen bekijken. Soms sta je ook ineens oog in oog, en wie komt dan wie bewonderen?

Je wordt telkens langzaam ‘meegenomen’ in een bepaald gebied doordat het licht is aangepast en door de achtergrondmuziek die je hoort. Ik maak veel foto’s maar de meesten blijken bij thuiskomst niet scherp, dóór dat ‘sfeervolle’ licht. Geen probleem want de ochtend maakt veel indruk op ons en nemen we mee als herinnering.

Het is prachtig opgezet, zeker de moeite waard. Als we hier zouden wonen zouden we een abonnement hebben afgesloten. We staan soms minutenlang naar één aquarium te kijken, je ziet dan steeds meer.

Hier kun je je de hele dag wel ‘vermaken’ met de vele bijzondere wezens van de zee.

Sommige aquaria zijn gigantisch groot en in de ruimte met pinguïns valt zelfs sneeuw, gelukkig aan de andere kant van het glas.


Het is lang geleden dat we naar een ‘dierentuin’ zijn geweest. Voor ons voelt het echt als een dagje uit. Er is ook zoveel te zien dat we de show met dolfijnen, die hier blijkbaar nog wel is toegestaan, overslaan en onze weg vervolgen van het ene moois naar het andere.



Om een uur of twee houden we het voor gezien.
We vervolgen onze weg naar het tweede onderdeel van vandaag, ‘Museo de las Ciencias Príncipe Felipe’ :
Het Museo de las Ciencias Príncipe Felipe is een drie verdiepingen tellend gebouw dat werd ontworpen door Santiago Calatrava en heeft het uiterlijk van een walvisskelet. Elke verdieping heeft een expositieruimte van ongeveer 8000 m². De vele interactieve opstellingen maken het voor het publiek mogelijk zelf experimenten uit te voeren.

Het gebouw ziet er van binnen minstens zo indrukwekkend uit als van buiten. Het is een enorme ruimte, het is even zoeken waar we moeten zijn.

De begane grond is vrij toegankelijk waar al wat ‘experimenten’ staan opgesteld. De rest bevindt zich op de tweede en derde verdieping waar we een toegangskaartje voor hebben.

Gaandeweg het bezoeken van de tentoonstellingen slaat de vermoeidheid al toe. Na al die indrukken van vanmorgen is het meten van onze bloeddruk één van de ‘experimenten’ die we doen.

Die ziet er voor ons beide goed uit dus doen nog wat ‘experimenten’ met geheugen, horen, zien, ruiken en voelen. De één heeft een wat verrassendere uitkomst dan het ander. (Medische gegevens worden in dit blog niet gedeeld).
Tegen half vijf begeven we ons naar het Hemisfèric :
Het is een spectaculair gebouw met de analogie van een oog, dat binnenin een projectieruimte herbergt met een concaaf scherm van 900 m² en een diameter van 24,4 m, de grootste projectieruimte in Spanje. Het heeft een eivormig dak van meer dan 100 meter lang, waarin de grote bol is ondergebracht die de projectieruimte vormt.

Wij hebben ons aangemeld voor de 3d film: ‘Flying Monsters 3D’ dat kwam ons tijd-technisch het beste uit 😉 We zijn niet met velen. Als we aan komen lopen zijn we de eersten en enige. Uiteindelijk zitten we met niet meer dan een tiental mensen in de zaal. We krijgen bij binnenkomst een 3d bril en een koptelefoon. Dit is de eerste keer dat ik een 3d film ga kijken in een bioscoop, spannend.
Na wat reclame komen de eerste 3d beelden door mijn bril. Gelijk word ik wat misselijk. Gelukkig trekt het snel weg maar voor mij voegt het ‘3d’ (gek genoeg) niet veel toe. Of is dat psychisch, ben ik klaar met 3d? 😉

Op de koptelefoon moet kanaal drie worden gekozen om de film in het Engels te kunnen volgen én daar is tot mijn verbazing Sir David Attenborough himself. We zijn best wel moe van het lopen en dan is de vertrouwde stem van David lekker rustgevend, ondanks de spannende beelden af en toe. Wel interessant maar niet echt spectaculair, zou ik zeggen. Leuk om mee te maken.
Tijd voor onze afspraak met Anita en Chris. Als we langs het operagebouw richting centrum lopen ontvangen we het adres waar we moeten zijn en ook een melding dat zij er al zijn en honderd meter verderop al begonnen zijn aan een drankje, een van de vele die nog zullen volgen daarna. Bij aankomst schuiven we aan op het terras. We zitten vlak bij één van de vele ‘verenigingen’ die in de straat een feesttent hebben opgesteld en zo’n Fallas beeld hebben gemaakt. Dat beeld zien we niet, wél is het ‘onrustig’ en horen we continue het geknal van vuurwerk om ons heen. Het is feest in de stad en in de straat. Het heeft iets weg van oudjaarsnacht.

Het is voor Chris nog iets te vroeg, in Spanje eten ze pas rond een uur of half tien, dus nemen we een tweede drankje en begeven ons dan naar het restaurant dat Chris voor ons heeft uitgezocht. Chris heeft in deze buurt een paar jaar geleden een appartement gekocht en kent het hier goed. Het is één van de sjiekere wijken van Valencia. Dat is te zien. Er staan prachtige ‘herenhuizen’ met mooie balkons om ons heen.
We gaan eten bij een Italiaan. Chris kwam hier vroeger twee of drie keer per week. ‘Ik ken de eigenaar goed’, vertelt hij ons. Dat komt goed uit want alle tafeltjes zijn gereserveerd, echter niet door Chris. De eigenaar herkent Chris meteen, haalt het ‘reservado’ kaartje snel van een tafel en biedt ons de ronde tafel voor 6 personen aan.
Als Chris een flesje wijn bestelt heeft de ober, die hij ook goed kent, een beter idee. Ook doet de ober een voorstel voor twee voorgerechten: Carpaccio van shrimps met truffel én Burrata ook met truffel en iets zoets, om te delen met elkaar. Dat blijkt een goed begin. Er wordt hier veel met truffel gewerkt want als ik achteromkijk zie ik onder een stolp een schaaltje met flinke truffels staan. ‘Daar ligt voor een paar duizend euro’s volgens mij’, zegt Chris.
Al snel wordt het opgediend, het is hectisch in de zaak. Het wordt drukker en al snel zit de zaak helemaal vol. ‘Volgens mij komen zo meteen de mensen die deze tafel hadden gereserveerd’, zegt Chris tegen ons, ‘Het gaat zó snel’. Het restaurant en het eten nodigt uit om lekker lang te tafelen. We zoeken een middenweg.
We hebben een heerlijke avond, praten veel en leren veel van elkaar. Eigenlijk best wel gek, want zo lang kennen we elkaar nog niet maar de omstandigheden zijn ernaar. José praat veel met Anita, ik met Chris. We hebben het over ondernemerschap, de rijkdom die hij had en weer heeft opgemaakt, de 130 landen die hij heeft bezocht, lego, scootmobielen, wat genieten is en belangrijk is, lekker eten, het wonen en reizen door Australië én de snelste auto destijds die hij bezat, een jaguar XJ220 (volgens mij).
José en ik zitten voor het eerst tijdens deze trip in een sjiek restaurant en genieten van de avond. Chris regelt nog een limoncello-tje voor iedereen en als we na het eten naar huis toe willen gaan, is het druk op straat.

Er zijn veel mensen op straat en al snel komen we erachter dat er om twaalf uur een grote vuurwerkshow is in het Turiapark. De grote weg, waar ook de bushalte zich bevindt, is afgezet. ‘Rijdt er wel een bus?’. We gaan op zoek. Ík wil het vuurwerk wel zien, ‘daarna rijden misschien de bussen wel weer’, is mijn argument. José en Anita willen liever naar huis. Als we een taxi aan willen houden stapt er nét iemand anders in. Als we op zoek gaan naar een andere taxi komen we terecht in een soort ‘buurtcafé’. Daar zetten onze gesprekken zich voort.
We worden onderbroken door het vuurwerk in het park. Als ik naar buiten loop, zie ik het niet maar hoor het wel. Ach, ik we hebben allemaal al vaker vuurwerk gezien. De sfeer op de avond nodigt uit voor nog één drankje en daarna gaan we naar huis. Maar hoe?

Het vuurwerk is allang afgelopen als we op zoek gaan naar de mogelijkheden. We staan op een rotonde en ’toevallig’ stopt er een bus. Het is lijn 25, dé lijn die langs onze camping komt. We stappen snel in en komen tegen twee uur ’s nachts thuis. We gaan snel naar bed want morgen vertrekken we weer naar een nieuwe plek.
Prachtige foto’s. Weleens in de Ocean van Burger Zoo in Arnhem geweest? Is veel kleiner maar vergelijkbaar.
Hoi Albert, Ja we zijn wel eens in Burgers Zoo in Arnhem geweest. En het klopt, Burgers’ Ocean (onderdeel van Burgers Zoo) is weliswaar inderdaad iets kleiner (3000 vissen behorend tot 160 verschillende soorten tegenover 40.000 dieren behorend tot 500 soorten) maar is ook heel mooi, zeker. In Burgers’ Ocean laten ze m.n. de flora en fauna van de oceaan van Zuidoost-Azië, met veel gekleurde vissen en ook het koraal, zien. Dat is volgens mij wel het mooiste om te zien, ook in L’Oceanogràfic. Het mooie aan L’Oceanogràfic in Valencia is denk ik dat ze daar (volgens mij) álle zeeën laten zien, of in ieder geval meerdere gebieden. Daarnaast is de setting van het sfeervolle park, tussen die moderne gebouwen wat overigens nauwelijks opvalt én natuurlijk het mooie weer wat we hadden, ideaal voor een memorabel dagje uit. Beide zijn zeker de moeite waard. Wij hebben weer genoten.
Wow, wat een mooie dag. Voor de Oceanografic heb je vlg mij al een hele dag nodig.
Valencia staat ook nog op het wensenlijstje van Riemke en mij. 😊 Hebben we al een mooi idee waar we heen moeten. 😁
Ja zeker, dat was een prachtige dag. Eéntje die we gaan onthouden. L’Oceanogràfic was ook wel het mooiste onderdeel van ‘de Stad van de Kunsten en de Wetenschap’, om mee te maken, vonden wij. De andere gebouwen en het hele park daaromheen is ook heel mooi maar kun je van buiten goed ‘beleven’. Het museum en de 3d film zou ik niet nog een keer doen, die kun je overslaan als je er bent. Ze hebben bij L’Oceanogràfic ook een audioguide (die hadden wij niet genomen) maar ik denk inderdaad dat als je die kiest je zeker een hele dag bezig kunt zijn. Ze hebben er vanzelfsprekend ook meerdere eetgelegenheden. Moet je zeker doen. De stad zelf moet je ‘gewoon’ beleven. Het is best wel een grote stad. Het oude centrum is wél goed te belopen, daaromheen hebben we niet bekeken. Eén van de mooiste steden die we tot nu toe hebben ‘meegemaakt’. Komt misschien ook een beetje door de feesten maar ook zonder feesten is het naar mijn idee een ‘gastvrije’ en ‘vriendelijke’ stad met mooie gebouwen en leuke terrasjes. Ben benieuwd wanneer jullie gaan 😉
Wat een prachtige dag hebben jullie gehad om jaloers op te worden, geweldig
Groetjes