We zitten een uurtje rijden onder Porto, de twee na grootste stad van Portugal. In ons grote Lannoo’s boek zie ik dat het een mooie stad moet zijn. Ook op Internet/Youtube zie ik mooie sfeervolle beelden van de stad die de moeite van een bezoekje meer dan waard zouden moeten zijn. Weliswaar zijn die beelden allemaal met prachtig weer gemaakt en lopen wij al dagen in de regen van de caravan naar het toiletgebouw, maar toch. Mijn planning is al klaar. We kunnen nog een paar dagen naar het noorden, om Porto te zien. Of gaan we toch nu al naar het zuiden?
Het is voor mij een nogal teleurstellend besluit maar na 4 regenachtige nachten besluiten we te verkassen naar het zuiden richting Lissabon, op zoek naar warmer weer. We laten Porto voor wat het is.
In de dagen die volgen heeft José last van een flinke verkoudheid en ik van slechte zin. Nu ik hier toch ben wil ik graag de omgeving zien. De prioriteit van José ligt bij beter worden, warm en mooi weer. Dat botst af en toe. Als op een parkeerplaats de irritaties, van de afgelopen periode, wederzijds hoog zijn opgelopen, bekoeld de sfeer daardoor zóver, dat ik voor het eerst denk een eind te maken aan ons avontuur.
Zo ver komt het echter niet. De rit naar het zuiden is weliswaar stil maar we houden het heel.
We komen aan in Ericeira, uitgeroepen tot surf-walhalla van Europa (in 2011). Het ligt aan de kust zo’n 40 kilometer boven Lissabon. Nu heeft het zijn beste tijd gehad maar her en der lopen nog wel wat surfdudes rond. Als we na het passeren van de bewaking aan de poort van de camping ons melden bij de receptie en ik vraag of we hier een aantal nachten kunnen verblijven, vraagt de dame: ’Weet u het zeker?’, ‘Euh ja, hoezo?’, vraag ik haar. ‘U kunt ook eerst één nacht proberen, u kunt altijd bijboeken als u wilt, dat doen de meeste mensen hier.’. Ok, we blijven dus minimaal één nacht hier.
De reviews op internet voorspellen inderdaad niet veel goeds maar als blijkt dat we (maar) € 12,50 per nacht betalen mogen wij niet klagen, vinden we. We komen op een plek voor Campers te staan. Niet de meest gezellige plek maar ach, er is ruimte genoeg, het toiletgebouw is dichtbij, er is stroom en warm water. En ja, dat de deuren van de toiletten en douches niet allemaal werken, ‘so what’.
Bezienswaardigheden in de buurt zijn naast de inderdaad mooie golven, Óbidos, Sintra en Mafra. Óbidos zijn we, zonder dat we het wisten, onderweg al gepasseerd. Het viel inderdaad op door de ligging op een heuvel en door de stadsmuur die van afstand goed is te zien (zie titelfoto). Sintra, sinds 1995 op Unesco’s Werelderfgoedlijst, is o.a. bekend om zijn nogal bizarre Nationale Paleis dat boven op een heuvel is gebouwd en het ‘Portugese Neuschwanstein’ wordt genoemd. Het ‘echte’ Neuschwanstein heb ik ooit toen ik klein was gezien, Sintra’s zat met nog steeds slecht weer om ons heen, in de wolken en hebben we dus ‘gemist’.
Vandaag hebben we Mafra bezocht. Zo kom ik toch nog aan mijn trekken 😉 In Mafra staat ook een Nationaal (klooster)Paleis. Deze heeft een gevel van maar liefst 220 meter lang en heeft meer dan 880 vertrekken (zo staat er in ons grote boek). Om die allemaal te bekijken, vraagt om een plan, dat we uitdenken tijdens onze Portugese lunch. Een nationaal gerecht met inktvis en een salade met zalm, die de ober zelf niet zo lekker vindt. Wij vinden het lekker en niet duur. Inclusief voorgerecht én natuurlijk een karafje witte wijn betalen we € 40,-
Bij de receptie van het paleis melden we ons daarna als ‘de oude’ en ‘de manke’, om zo korting af te dwingen. José krijgt korting, voor mij beloofd de gastvrouw, die last heeft van een zenuwtrekje, een rolstoel op de tweede verdieping. Ik moet daarvoor wel eerst zelf 4 trappen op. José duwt mij daarna op een wel erg lawaaierige stoel van vertrek naar vertrek. Piepend en krakend laat ik me vervoeren over de afwisselend geboende houten en marneren vloeren in een verder vrijwel leeg paleis.
Gigantisch is het, zo groot. Her en der zitten vrijwilligers die ons van verre door het paleis moeten hebben horen aankomen. Zo ook in de indrukwekkende bibliotheek. Het Engels van de dame aldaar is niet zo goed dus het wordt niet helemaal duidelijk hoeveel boeken er nu staan, maar in het grote Lannoo’s boek lees ik dat er ‘meer dan 35.000 waardevolle in leer gebonden boeken en handschriften worden bewaard’. Boeken mogen alléén met toestemming van de koning van Portugal, de bibliotheek verlaten!
Tot slot worden we even stil van de pracht en praal van de, zich binnen de muren van het paleis bevindende, basiliek. In rust hier een gebedje doen is hier volgens mij een hele opgave. Naast de zes aanwezige orgels is het interieur zó weldadig dat je aandacht er wel naar uit móet gaan en je bijna zou vergeten waar je voor gekomen bent. Afijn, gelukkig zijn we niet zó gelovig en kunnen we in eenvoud genieten van al het moois.